ECLI:NL:GHAMS:2026:857
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie wegens grove miskenning wettelijke maatstaven in ouderschapsplan
De zaak betreft een geschil over de kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen na echtscheiding. De rechtbank had de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wijziging van de alimentatie, maar het hof vernietigt deze beschikking en wijzigt de alimentatie. De vader had destijds het ouderschapsplan en echtscheidingsconvenant ondertekend zonder voldoende inkomen en zonder juridische bijstand, waardoor een wanverhouding ontstond tussen de overeengekomen alimentatie en wat de rechter zou hebben vastgesteld.
Het hof stelt vast dat de vader in 2022 een lager inkomen had dan de moeder en dat de verdeling van de kosten van de kinderen in het ouderschapsplan niet in lijn was met de wettelijke maatstaven. De vader wordt een fictieve verdiencapaciteit van €35.000 bruto per jaar toegekend per 1 juli 2026, waaruit een draagkracht van circa €300 per maand volgt. Voor de periode tot die datum wordt rekening gehouden met het werkelijke inkomen van de vader, wat leidt tot een lagere draagkracht.
De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €25 per kind per maand vanaf 27 februari 2023 en €50 per kind per maand vanaf 31 maart 2026. De zorgkorting wordt toegepast vanwege de omgangsregeling. Het hof verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst het overige verzoek af.
Uitkomst: Het hof wijzigt de kinderalimentatie en legt een lagere bijdrage op met terugwerkende kracht vanaf de echtscheidingsdatum en een fictieve verdiencapaciteit per 1 juli 2026.