ECLI:NL:GHAMS:2026:853

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
200.356.962/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 187 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking Ondernemingskamer over vaststelling voorschot deskundigenonderzoek aandelenwaardering

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelt een geschil tussen Laseth B.V. en Kloekenland B.V. over de waardering van aandelen in meerdere vennootschappen. Na eerdere beschikkingen is een deskundige benoemd om de waarde van de aandelen te onderzoeken met peildatum 5 februari 2026.

De deskundige heeft een plan van aanpak en een begroting van de kosten ingediend, waarin een voorschot van €68.600 exclusief omzetbelasting is begroot. Partijen hebben gelegenheid gekregen om zich over het plan uit te laten. Kloekenland heeft opmerkingen gemaakt over de informatie-uitwisseling en het proces van hoor en wederhoor, terwijl Laseth vooral aandrong op een voortvarend onderzoek.

De Ondernemingskamer oordeelt dat de regie van het onderzoek bij de deskundige ligt en verwijst naar de Leidraad voor deskundigen. De Kamer stelt vast dat het voorschot redelijk is en wijst het verzoek af om de kosten door Laseth te laten dragen. De deskundige mag het voorschot rechtstreeks factureren. De termijn voor het indienen van het deskundigenbericht wordt vastgesteld op 2 juli 2026. Verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De Ondernemingskamer bepaalt een voorschot van €68.600 exclusief btw voor het deskundigenonderzoek en stelt de termijn voor het deskundigenbericht vast op 2 juli 2026.

Uitspraak

Beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.356.962/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 23 maart 2026
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LASETH B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. W.M. Smelten
mr. M. Nuijten, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KLOEKENLAND B.V.,
gevestigd te Haarlem,
VERWEERSTER,
advocaat:
mr. A.J.A. Jansenen
mr. M.H. van Hooft, kantoorhoudende te Amsterdam,
en tegen
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
BRIGHTSTONE GROUP B.V.;
LUMEN GROUP B.V.;
BRIGHT PEOPLE B.V.;
gevestigd te Utrecht,
BELANGHEBBENDEN,
niet verschenen.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
verzoekster als:
Laseth
verweerster als:
Kloekenland
belanghebbenden als:
Lumen, Brightstone en Bright People en gezamenlijk als de vennootschappen
[DGA 1] als:
[DGA 1]
[DGA 2] als:
[DGA 2]

1.Het verloop van het geding in beide zaken

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 5 en 16 februari 2026.
1.2
Bij beschikking van 5 februari 2026 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar de waarde van de door Kloekenland gehouden aandelen in de vennootschappen, en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.3
De Ondernemingskamer heeft de peildatum voor de waardering van de aandelen bepaald op 5 februari 2026 (de datum van de beschikking), althans een zo dicht mogelijk daarbij liggende door de deskundige te bepalen praktische datum. Verder heeft de Ondernemingskamer het formuleren van de uitgangspunten voor de waardering overgelaten aan het professioneel oordeel van de deskundige.
1.4
De Ondernemingskamer heeft de deskundige gevraagd om binnen vier weken – of zoveel eerder als mogelijk – een definitief plan van aanpak en een definitieve begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan haar toe te sturen. De Ondernemingskamer heeft verder bepaald dat zij partijen daarna in de gelegenheid zal stellen zich uit te laten over die begroting en vervolgens de hoogte van het voor de kosten van de deskundige ter griffie te storten voorschot zal bepalen, tenzij partijen over dit laatste afwijkende afspraken maken. Tot slot is bepaald dat het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoeker ten laste komt van de vennootschappen.
1.5
Bij beschikking van 16 februari 2026 is drs. V. Steenbakkers RA RV te Hilversum aangewezen als deskundige.
1.6
Bij e-mail van 13 maart 2026 heeft de deskundige zijn plan van aanpak inclusief begroting van de kosten met de Ondernemingskamer gedeeld.
1.7
Bij e-mail van eveneens 12 maart 2026 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich desgewenst uit te laten over het plan van aanpak.
1.8
Bij e-mail van 20 maart 2026 heeft Kloekenland enkele (inhoudelijke) opmerkingen ten aanzien van het plan van aanpak gemaakt. Kloekenland wijst op de informatieasymmetrie tussen partijen. Zij verzoekt de deskundige in overweging te nemen bij de waardering aansluiting te zoeken bij objectieve maatstaven en acht het van belang dat de vragenlijst met benodigde informatie door de deskundige gelijktijdig aan beide partijen wordt verstuurd en het proces van hoor en wederhoor zodanig in te richten dat telkens Laseth eerst de gelegenheid krijgt zich uit te laten over de bevindingen van de deskundige en daarna Kloekenland. Kloekenland kan zich vinden in de begroting van de kosten, met dien verstande dat zij de Ondernemingskamer verzoekt te bepalen dat de kosten (alsmede het voorschot) van de deskundige wordt voldaan door Laseth.
1.9
Bij e-mail van 20 maart 2026 heeft Laseth enkele opmerkingen ten aanzien van het plan van aanpak gemaakt waaruit met name de wens doorklinkt tot een voortvarend onderzoek te komen. In dat verband zijn de eerste opmerkingen van Laseth ten aanzien van de waardering van de vennootschappen meegestuurd. Ten aanzien van de begroting zijn verder geen opmerkingen gemaakt.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De deskundige heeft in zijn plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, en hoeveel tijd dat in beslag neemt en welk uurtarief daarbij wordt gehanteerd. De deskundige heeft begroot dat het voorschot voor het onderzoek op € 68.600, exclusief omzetbelasting, dient te worden gesteld.
2.2
Voor zover de bezwaren op het plan van aanpak betrekking hebben op de wijze van uitvoering van het onderzoek, merkt de Ondernemingskamer op dat de regie van het onderzoek bij de deskundige ligt. De deskundige is in beginsel vrij in de inrichting van het deskundigenonderzoek en het deskundigenbericht (3.6 van de Leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling (hierna: de Leidraad).
2.3
Specifiek wat betreft het verstrekken en verwerken van informatie verwijst de Ondernemingskamer naar 5.14 van de Leidraad op grond waarvan de deskundige afspraken maakt met partijen, de vennootschap en eventuele andere betrokkenen over de wijze van uitwisseling en/of kennisneming van de door de deskundige in het kader van het deskundigenonderzoek verkregen gegevens. Uitgangspunt daarbij is dat alle partijen zoveel mogelijk kennis kunnen nemen van de gegevens waarop het deskundigenonderzoek en deskundigenbericht worden gebaseerd.
2.4
Partijen worden door de deskundige bij het onderzoek in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Van de inhoud van de opmerkingen en verzoeken wordt in het deskundigenbericht melding gemaakt (5.16 van de Leidraad).
2.5
Tegen de begroting zijn door partijen geen bezwaren aangevoerd. Voor zover is verzocht het voorschot voor rekening van Laseth te laten komen, verwijst de Ondernemingskamer naar 4.19 van haar beschikking van 5 februari 2026, waarin is bepaald dat het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste komt van de vennootschappen. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. Daarom zal de Ondernemingskamer het voorschot bepalen op € 68.600, exclusief omzetbelasting. Omdat de deskundige in zijn plan van aanpak heeft voorgesteld het voorschot rechtstreeks te factureren en daartegen geen bezwaar is gemaakt, zal de Ondernemingskamer geen uitvoering geven aan het bepaalde in artikel 187 Rv Pro voor zover dit ziet op het storten van het voorschot bij griffie van de Ondernemingskamer.
2.6
De Ondernemingskamer zal de datum voor het indienen van het deskundigenbericht bepalen op 2 juli 2026 of zoveel als eerder als het gereed is.
2.7
Iedere verder beslissing zal de Ondernemingskamer aanhouden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt het te betalen voorschot op € 68.600, exclusief omzetbelasting;
verzoekt de deskundige uiterlijk op 2 juli 2026 – of zoveel eerder als mogelijk – het deskundigenbericht aan de Ondernemingskamer toe te sturen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. A.P. Wessels en mr. E. Loesberg, raadsheren, prof. dr. mr. A.J.C.C.M. Loonen en prof. dr. A.J. Brouwer RA, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. de Jongh op 23 maart 2026.