ECLI:NL:GHAMS:2026:850
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot schorsing tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis in hoger beroep
In deze civiele zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter dat hem veroordeelde tot ontruiming van een gehuurde bedrijfsruimte en afgifte van de sleutels aan geïntimeerde. Appellant verzocht in het incident om schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter had eerder een gedeeltelijke schorsing van de tenuitvoerlegging toegekend onder de voorwaarde dat appellant wekelijkse betalingen aan geïntimeerde zou blijven voldoen. Appellant stelde in het incident geen nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde beoordeling van de schorsingsvordering rechtvaardigen.
Het hof oordeelt dat indien reeds een schorsing is toegekend en geen nieuwe feiten zijn aangevoerd, een hernieuwde schorsingsvordering in hoger beroep moet worden afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. Daarom wijst het hof de incidentele vordering af en houdt de beslissing over proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.