ECLI:NL:GHAMS:2026:848
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen verstekvonnis wegens onjuiste rechtsmiddelkeuze
Appellant stelde hoger beroep in tegen een verstekvonnis van de rechtbank Noord-Holland, waarbij verstek was verleend wegens niet tijdige betaling van griffierecht. Volgens artikel 335 Rv Pro staat tegen een verstekvonnis niet hoger beroep, maar verzet open. Appellant had door een miscommunicatie hoger beroep ingesteld in plaats van verzet.
Het hof oordeelde dat deze fout niet tot ontvangst in hoger beroep kan leiden, omdat de uitzonderingssituatie van artikel 335 lid 2 Rv Pro niet van toepassing is. Hierdoor is appellant niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De proceskosten zijn op nihil begroot en appellant is daarin veroordeeld.
Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam en op 17 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen het verstekvonnis wegens onjuiste keuze van rechtsmiddel.