Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:829

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
000615-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking vergoeding schade voorlopige hechtenis en bijzondere omstandigheden strafprocedure

De zaak betreft een verzoek tot vergoeding van schade door een voormalige verdachte die voorlopige hechtenis heeft ondergaan. Het verzoek omvat vergoeding voor verzekering, verschillende vormen van voorlopige hechtenis, bijzondere omstandigheden tijdens de strafprocedure en kosten rechtsbijstand.

Het hof oordeelt dat de forfaitaire vergoeding voor verzekering en voorlopige hechtenis passend is en dat de aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende zwaarwegend zijn om hiervan af te wijken. Verzoeken om een hogere vergoeding voor verblijf op een extra zorgafdeling en langdurig voorarrest worden afgewezen. Verzoeken om vergoeding voor geschorste voorlopige hechtenis en bijzondere omstandigheden in de strafprocedure worden niet-ontvankelijk verklaard.

De kosten voor rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure worden wel toegekend. Het toegekende bedrag wordt verminderd met een openstaande schuld van de verzoeker aan de Staat. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 25 maart 2026.

Uitkomst: Het hof kent een forfaitaire schadevergoeding toe voor verzekering, voorlopige hechtenis en rechtsbijstand, wijst overige verzoeken af en verklaart verzoeker deels niet-ontvankelijk.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000615-25 (530 Sv) en 000616-25 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000160-21
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[bewindvoerder] ,
gevestigd te [plaats] ,
in de hoedanigheid van bewindvoerder van
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. E.B. Jobse,
Strevelsweg 700 unit 409, 2083 AS Rotterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 8 september 2025 ingekomen.
De advocaat-generaal heeft zijn standpunt vooraf aan de raadkamer van dit hof en de advocaat toegezonden.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 11 februari 2026 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker en zijn advocaat zijn met kennisgeving hiervan niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering ten bedrage van € 390,00;
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van ondergane voorlopige hechtenis in een extra zorgafdeling ten bedrage van (88 dagen à € 200,00) € 17.600,00;
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de overige ondergane voorlopige hechtenis ten bedrage van (246 dagen à € 130,00) € 31.980,00;
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de onder voorwaarden geschorste voorlopige hechtenis ten bedrage van (35 dagen à € 130,00) € 4.550,00;
schadevergoeding vanwege bijzondere omstandigheden gedurende de vervolging ten bedrage van € 15.000,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 3 juli 2025 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Onder a, b en c is verzocht om vergoeding van schade vanwege ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. Daarbij is onder b en c verzocht om een meer dan forfaitaire dagvergoeding van respectievelijk € 200,00 omdat – kort gezegd – de gewezen verdachte op een extra zorg afdeling heeft verbleven en van € 130,00 omdat sprake was van een lang voorarrest, een ernstige verdenking en verzocht is om een Pro-Justitia rapportage.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. De standaardvergoeding voor schade ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, zoals die is afgesproken binnen het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en die het hof pleegt te volgen, wordt met name geacht de immateriële schade van de vrijheidsbeneming te vergoeden. Onder bijzondere omstandigheden kan van die standaardbedragen ter vergoeding van immateriële schade worden afgeweken. Die bijzondere omstandigheden moeten dan meebrengen dat de vrijheidsbeneming voor verzoeker relatief veel zwaarder was en/of relatief veel grotere gevolgen heeft gehad dan de gemiddelde impact en gevolgen die een vrijheidsbeneming in het algemeen met zich meebrengt (en welke impact is verdisconteerd in de forfaitaire bedragen). Het is aan verzoeker om deze bijzondere omstandigheden aannemelijk te maken.
Voor zover omstandigheden zijn aangevoerd, is het hof van oordeel dat deze omstandigheden onvoldoende van gewicht zijn om een afwijking van de standaardvergoeding te billijken.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een forfaitaire vergoeding vanwege verzekering en voorlopige hechtenis tot een bedrag van (3x130 + 88x100 + 247x100 =) € 33.890,00.
Onder d is verzocht om een schadevergoeding voor de dagen waarop de voorlopige hechtenis onder voorwaarden was geschorst. Het hof zal verzoeker in dit verzoek niet-ontvankelijk verklaren omdat in een verzoekschriftprocedure geen grondslag bestaat voor toekenning van een vergoeding als verzocht.
Onder e is verzocht om een schadevergoeding vanwege de bijzondere omstandigheden in de strafprocedure, in het bijzonder de lange duur van het hoger beroep. Het hof zal verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in dit verzoek omdat in een verzoekprocedure geen grondslag bestaat voor een vergoeding als verzocht.
Onder f is verzocht om vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand in deze verzoekschriftprocedure. Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding tot een bedrag van € 340,00.
Verrekening
Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde in raadkamer is gebleken dat de onderstaande geldsom die [verzoeker] verschuldigd is aan de Staat vatbaar is voor verrekening overeenkomstig artikel 534, lid 3 Sv. Het hof zal deze aan de Staat verschuldigde geldsom daarom verrekenen met het onder a, b en c toegewezen bedrag.
CJIB-nummer [CJIB-nummer] , openstaand bedrag € 1.533,84.

4.Beslissing

Het hof :
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek ten aanzien van het onder d en e verzochte.
Ten aanzien van het onder a, b, c en f verzochte:
Kent aan verzoeker een vergoeding toe van € 34.230,00 (vierendertigduizend tweehonderddertig euro).
Bepaalt dat verrekend wordt als hiervoor aangegeven.
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. J.L. Bruinsma, H.A. van Eijk en P.J. van Eekeren, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 25 maart 2026.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van:
- € 1.533,84 ( duizend vijfhonderddrieëndertig euro en vierentachtig cent) op bankrekening [iban 1] t.n.v. CJIB o.v.v. [CJIB-nummer] ;
- € 32.696,16 ( tweeëndertigduizend zeshonderdzesennegentig euro en zestien cent) op bankrekeningnummer [iban 2] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Advocatenkantoor Kloppenburg o.v.v. Schadevergoeding / [verzoeker] [nummer] .
Amsterdam, 25 maart 2026,
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter.