Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:818

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
23-002464-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepteelt

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door hennepteelt. De rechtbank had het voordeel vastgesteld op €203.152,96 en de betrokkene tot betaling aan de Staat veroordeeld. Het hof vernietigde dit vonnis en kwam tot een eigen berekening van het voordeel.

De betrokkene was veroordeeld voor het telen van hennepplanten in twee woningen, waarbij het hof uitging van meerdere oogsten en de opbrengst per plant volgens een rapport van het Functioneel Parket. Het hof rekende de opbrengsten en kosten per oogst uit, inclusief huurkosten van de woning, en stelde het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €203.153,00. De betrokkene werd verplicht tot betaling van €197.878,00, rekening houdend met een eerder verbeurd verklaard bedrag.

Het hof verwierp het verweer van medeplegen en de verdeling van het voordeel pondspondsgewijs. Tevens constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg, maar verbond daaraan geen gevolgen omdat dit reeds in de strafzaak was verdisconteerd. De duur van de gijzeling werd vastgesteld op maximaal 1.095 dagen.

Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €203.153,00 en legt een betalingsverplichting van €197.878,00 aan de Staat op.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-002464-24 (ontneming)
Datum uitspraak: 25 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 oktober 2024 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 13-112832-22 tegen de betrokkene:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,
adres: [adres 1] .

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt geschat, wordt vastgesteld op € 250.595,11 en aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag. Op de zitting heeft de officier van justitie de vordering verlaagd tot € 203.152,96.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 oktober 2024 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 203.152,96 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.
Namens de betrokkene is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 februari 2026 en het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het wederechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op € 197.757,96. Hij gaat daarbij uit van twee eerdere oogsten in de hennepkwekerij aan de [adres 2] en vier eerdere oogsten in de hennepkwekerij aan de [adres 3] , minus de kosten van de huur van woning aan de [adres 2] .
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verklaring van de betrokkene moet worden gevolgd, namelijk dat hij met de hennepkwekerijen een paar duizend euro heeft verdiend. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs moet worden verdeeld, omdat sprake is van medeplegen van hennepteelt en niet kan worden vastgesteld hoe de verdeling tussen de betrokkenen is geweest.
Oordeel van het hof
Grondslag
De betrokkene is bij arrest van dit hof van 25 maart 2026 (parketnummer 23-002223-24) veroordeeld voor – onder meer – het op 6 mei 2022 telen van 352 hennepplanten in een woning aan de [adres 2] en 292 hennepplanten in een woning aan de [adres 3] .
De verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en voordeel door dat feit of uit de baten daarvan heeft verkregen. Ook kan wederrechtelijk voordeel verkregen uit andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan, worden ontnomen (artikel 36e, tweede lid, Sr). Het hof is van oordeel dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene andere strafbare feiten heeft begaan, namelijk dat hij zich in de periode voorafgaand aan 6 mei 2022 schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennepplanten. Voor de woning aan de [adres 2] blijkt dat onder meer uit de aangetroffen hennepresten, geknipte planten, hennepaanslag op schaartjes [1] en de agendanotities gerelateerd aan werkzaamheden in de hennepkwekerij. [2] Voor de woning aan de [adres 3] gaat het onder meer om de totale vervuiling van de kweekruimtes, de vervuilde koolstoffilter op de OptiClimate, de hoeveelheid algaanslag in de afvoeren en het watervat [3] en de hiervoor genoemde agendanotities.
Opbrengst
In de
woning aan de [adres 2]werden drie kweekruimtes aangetroffen. In kweekruimte A werden 184 hennepplanten aangetroffen, in kweekruimte B 84 hennepplanten en in kweekruimte C 84 hennepplanten. [4] De opbrengst hennep in grammen wordt ontleend aan de algemene uitgangspunten die zijn opgenomen in het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken zoals herzien per 1 juni 2016 en bedraagt in dit geval – omdat de hoeveelheid planten per vierkante meter niet bekend is en daardoor wordt uitgegaan van vijftien planten per vierkante meter – 28,2 gram per plant. Op grond van de huurperiode en de aantekeningen in de agenda die de betrokkene naar het oordeel van het hof gebruikte voor het noteren van de door hem te verrichten werkzaamheden voor de hennepkwekerij gaat het hof uit van twee eerdere oogsten.
In de
woning aan de [adres 3]werden twee kweekruimtes aangetroffen. In kweekruimte A werden 124 hennepplanten aangetroffen en in kweekruimte B 168 hennepplanten. Er stonden acht planten per vierkante meter. [5] Conform het hiervoor genoemde rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ betreft de opbrengst hennep in grammen dan 31,4 gram per plant. Op basis van onderzoek is uitgegaan van vier eerdere oogsten. [6] Het hof neemt deze conclusies uit het ontnemingsrapport over.
Kosten
Het hof zal voor de afschrijvingskosten, de inkoopprijs van de stekken en de overige variabele kosten (en in het geval van de woning aan de [adres 2] ook voor de kosten van de daar aangetroffen knipmachine [7] ) uitgaan van hetgeen daarover in het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ is opgenomen. Daarnaast zal het hof de kosten van de huur van de woning aan de [adres 2] in mindering brengen. In navolging van de
advocaat-generaal en zoals bepleit namens de betrokkene zal het hof in het voordeel van de betrokkene alle huurkosten van de [adres 2] in mindering brengen, hetgeen een bedrag bedraagt van € 10.272,50 (zevenmaal een huurbedrag van € 1.467,50 per maand [8] ).
Toerekening
In de strafzaak is medeplegen van hennepteelt niet bewezen geacht, zodat het verweer van de raadsman dat het wederrechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs moet worden verdeeld, wordt verworpen.
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Gelet op het voorgaande wordt de berekening als volgt.
Opbrengst hennepkwekerij [adres 2]
Kweekruimte A:
184 planten x 28,2 gram (15 planten per vierkante meter) 5.188,8 gram hennep
Opbrengst per oogst: 5.188,8 gram hennep x € 4,07 € 21.118,42
Kweekruimte B:
84 planten x 28,2 gram (15 planten per vierkante meter) 2.368,8 gram hennep
Opbrengst per oogst: 2.368,8 gram hennep x € 4,07 € 9.641,02
Kweekruimte C:
84 planten x 28,2 gram (15 planten per vierkante meter) 2.368,8 gram hennep
Opbrengst per oogst: 2.368,8 gram hennep x € 4,07 € 9.641,02
Totale opbrengst drie kweekruimtes € 40.400,46
Kosten hennepkwekerij [adres 2]
Kweekruimte A:
Afschrijvingskosten (184 planten) € 150,00
Inkoopprijs stekken (184 x € 3,81) € 701,04
Overige variabele kosten (184 x € 3,88) € 713,92
Knipmachine (184 x € 0,21) € 38,64
Kosten per oogst € 1.603,60
Kweekruimte B:
Afschrijvingskosten (84 planten) € 150,00
Inkoopprijs stekken (84 x € 3,81) € 320,04
Overige variabele kosten (84 x € 3,88) € 325,92
Knipmachine (84 x € 0,21) € 17,64
Kosten per oogst € 813,60
Kweekruimte C:
Afschrijvingskosten (84 planten) € 150,00
Inkoopprijs stekken (84 x € 3,81) € 320,04
Overige variabele kosten (84 x € 3,88) € 325,92
Knipmachine (84 x € 0,21) € 17,64
Kosten per oogst € 813,60
Totale kosten per oogst voor de drie kweekruimtes € 3.230,80
Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij [adres 2]
Opbrengst: € 40.400,46 x twee oogsten € 80.800,92
Kosten: € 3.230,80 x twee oogsten € 6.461,60
Huisvestingskosten totaal € 10.272,50
Wederrechtelijk verkregen voordeel € 64.066,82
Opbrengst hennepkwekerij [adres 3]
Kweekruimte A:
124 planten x 31,4 gram (8 planten per vierkante meter) 3.893,6 gram hennep
Opbrengst per oogst: 3.893,6 gram hennep x € 4,07 € 15.846,95
Kweekruimte B:
168 planten x 31,4 gram (8 planten per vierkante meter) 5.275,2 gram hennep
Opbrengst per oogst: 5.275,2 gram hennep x € 4,07 € 21.470,06
Totale opbrengst beide kweekruimtes € 37.317,01
Kosten hennepkwekerij [adres 3]
Kweekruimte A:
Afschrijvingskosten (124 planten) € 150,00
Inkoopprijs stekken (124 x € 3,81) € 472,44
Overige variabele kosten (124 x € 3,88) € 481,12
Kosten per oogst € 1.103,56
Kweekruimte B:
Afschrijvingskosten (168 planten) € 150,00
Inkoopprijs stekken (168 x € 3,81) € 640,08
Overige variabele kosten (168 x € 3,88) € 651,84
Kosten per oogst € 1.441,92
Totale kosten beide kweekruimtes € 2.545,48
Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij [adres 3]
Opbrengst: € 37.217,01 x vier oogsten € 149.268,04
Kosten: € 2.545,48 x vier oogsten € 10.181,92
Wederrechtelijk verkregen voordeel € 139.086,12
Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerijen [adres 2] en [adres 3]
Het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt naar het oordeel van het hof:
€ 64.066,82 + € 139.086,12 = (afgerond)
€ 203.153,00.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het bedrag van € 5.395,00 dat in de strafzaak verbeurd moet worden verklaard, in mindering moet worden gebracht. De overschrijding van de redelijke termijn is verdisconteerd in de in de strafzaak opgelegde straf.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht het bedrag dat in de strafzaak verbeurd wordt verklaard, in mindering te brengen.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat het verbeurd verklaarde bedrag van € 5.275,00 in mindering moet worden gebracht.
Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in eerste aanleg is overschreden. Het hof is van oordeel dat de termijn is aangevangen op 7 mei 2022, te weten de datum van de eerste politieverhoren. De rechtbank heeft op 18 oktober 2024 vonnis gewezen, zodat de redelijke termijn in eerste aanleg met ruim vijf maanden is overschreden. Met deze overschrijding is in de strafzaak reeds rekening gehouden, in de zin van een vermindering van de op te leggen straf. Het hof zal om die reden de overschrijding in de ontnemingszaak enkel constateren en daaraan geen verder gevolg verbinden.
Aan de betrokkene dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 197.878,00.

Toepasselijk wettelijk voorschrift

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van
€ 203.153,00 (tweehonderddrieduizend honderddrieënvijftig euro).
Legt de betrokkene de verplichting op tot
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 197.878,00 (honderdzevenennegentigduizend achthonderdachtenzeventig euro).
Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1.095 dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 maart 2026.
Mr. Meerbeek is niet in de gelegenheid dit arrest te ondertekenen.

Voetnoten

1.Een aangifteformulier van Liander N.V. van 23 mei 2022 (doorgenummerde pagina 8).
2.Een proces-verbaal van bevindingen van 26 februari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 95-99).
3.Een aangifteformulier van Liander N.V. van 23 mei 2022 (doorgenummerde pagina 24).
4.Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 24 april 2023 (doorgenummerde pagina 288).
5.Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 2 mei 2023 (doorgenummerde pagina 300).
6.Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 2 mei 2023 (doorgenummerde pagina 301).
7.Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 24 april 2023 (doorgenummerde pagina 290).
8.Een proces-verbaal van aangifte van 10 mei 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina 34).