De zaak betreft een geschil over de vaststelling en indexering van kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen na het uiteengaan van de ouders. De rechtbank had de alimentatie verhoogd en geïndexeerd, maar partijen waren het niet eens over de hoogte en de toepassing van de indexering.
In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat de wettelijke indexering van de afgesproken alimentatie van €147 per maand vanaf 1 april 2020 moet worden toegepast, ondanks het verweer van de man dat dit niet met terugwerkende kracht kan. Vervolgens heeft het hof de alimentatiebedragen voor beide kinderen per verschillende ingangsdata opnieuw vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met de draagkracht van de man en vrouw, de zorgkorting en gewijzigde omstandigheden zoals de geboorte van een derde kind en een inkomensdaling bij de vrouw.
De man moet vanaf 3 april 2024 €199 per maand betalen voor elk kind, met aanpassingen vanaf 9 juli 2025 en 1 september 2025. Voor de jongste kinderalimentatie is een indexering per 1 januari 2026 vastgesteld. Het hof wijst het verzoek van de vrouw af om betaling vóór de eerste van iedere maand te verplichten en compenseert de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.