ECLI:NL:GHAMS:2026:741

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
23-001848-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken belang

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 27 februari 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 6 augustus 2024. Verdachte had hoger beroep ingesteld tegen de bewezenverklaring en de strafmaat. Tijdens eerdere zittingen, waaronder de inhoudelijke behandeling op 6 juni 2025, heeft verdachte zijn bezwaren tegen het vonnis geuit.

Echter, tijdens de zitting van 27 februari 2026 heeft de raadsvrouw namens verdachte verklaard dat verdachte deze bezwaren niet langer wenst te handhaven. Hierdoor heeft het hof geoordeeld dat er geen rechtens te respecteren belang meer is bij het onderzoek van de zaak in hoger beroep.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters niet in staat was het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van een rechtens te respecteren belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001848-24
datum uitspraak: 27 februari 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 augustus 2024 in de strafzaak onder parketnummer
13-144174-24 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1986,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
27 februari 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De zaak van de verdachte is eerder in hoger beroep aan de orde gekomen op de rolzitting van
28 januari 2025 en op de inhoudelijke behandeling van 6 juni 2025. Tijdens de inhoudelijke behandeling op 6 juni 2025 heeft de verdachte verklaard dat het hoger beroep gericht was tegen de bewezenverklaring en de strafmaat.
Ter terechtzitting in hoger beroep op 27 februari 2026 heeft de raadsvrouw verklaard dat de verdachte de eerder bij hem levende bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. De raadsvrouw heeft daarom het hof verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte
niet-ontvankelijkin het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
27 februari 2026.
mr. J.W.H.G Loyson is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.