Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het besturen van een motorrijtuig onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 525 microgram per liter, terwijl zij beginnend bestuurder was en de wettelijke limiet 88 microgram bedraagt.
In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en verklaarde het bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan. De rechtbank had een geldboete van 950 euro en een rijontzegging van 180 dagen opgelegd, waarvan een deel voorwaardelijk.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de gevaarzetting in het verkeer, de hoge snelheid, het slingeren en het feit dat verdachte een beginnend bestuurder is. Gezien haar persoonlijke en financiële omstandigheden, waaronder het alleenstaand moederschap en bewindvoering, legde het hof een geldboete van 600 euro op, te voldoen in zes termijnen van 100 euro, en een rijontzegging van 4 maanden met aftrek van eerder ingehouden tijd.
Verdachte had de verplichte cursussen gevolgd en toonde inzicht in de gevaren van rijden onder invloed. Het hof achtte de opgelegde straf passend en geboden, waarbij het belang van verkeersveiligheid en persoonlijke omstandigheden zorgvuldig werden afgewogen.