In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde belediging en mishandeling op 29 maart 2021 in Amsterdam. De tenlastelegging betrof het beledigen van twee benadeelde partijen met grove scheldwoorden en het mishandelen van één van hen door tegen diens rug te schoppen.
Het hof oordeelde dat niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat de verdachte de persoon op de camerabeelden was die door verbalisanten werd herkend. De advocaat-generaal en de raadsman van verdachte pleitten eveneens voor vrijspraak vanwege tegenstrijdige herkenningen en ontkenning van verdachte.
De benadeelde partijen hadden in eerste aanleg vorderingen tot immateriële schadevergoeding ingediend, die bij het vonnis van de politierechter waren toegewezen. Nu verdachte werd vrijgesproken, verklaarde het hof deze vorderingen niet-ontvankelijk en bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 januari 2026. Een van de rechters was verhinderd mede te ondertekenen.