Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:644

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
23-001322-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Vreemdelingenwet 2000Art. 6 SchengengrenscodeArt. 395a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak vervoerder wegens niet-schending zorgplicht bij controle reisdocument

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kantonrechter vernietigd en de verdachte, een vervoerder, vrijgesproken van de tenlastelegging dat zij niet de nodige maatregelen had genomen om te voorkomen dat een vreemdeling met een ongeldig reisdocument Nederland binnenkwam.

De zaak betrof een vlucht van Dubai naar Schiphol waarbij een persoon zich voordeed als een ander met een Spaans paspoort. De tenlastelegging was gebaseerd op het niet voldoen aan artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij de vervoerder een zorgplicht heeft om te controleren of de vreemdeling overeenkomt met het reisdocument.

Het hof heeft het toetsingskader gevormd aan de hand van de Vreemdelingenwet, de Vreemdelingencirculaire en een arrest van de Hoge Raad uit 2017, waarin is bepaald dat de zorgplicht een inspanningsverplichting inhoudt en nalatigheid vereist is voor veroordeling.

Op basis van het dossier oordeelde het hof dat niet eenvoudig te constateren was dat de drager van het reisdocument geen gelijkenis vertoonde met de foto. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de vervoerder tekort was geschoten in haar zorgplicht. Het hof vernietigde het vonnis en sprak de verdachte vrij.

Uitkomst: De vervoerder is vrijgesproken omdat niet kon worden bewezen dat zij tekort was geschoten in haar zorgplicht bij controle van het reisdocument.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001322-25
datum uitspraak: 12 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 20 mei 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-093569-23 tegen
[bedrijf] N.V.,
gevestigd te [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 november 2025 en 12 maart 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadslieden naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 30 december 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, als vervoerder (vanaf de luchthaven Dubai International met vluchtnummer [nummer 1] ) door wiens tussenkomst de vreemdeling, genaamd (zich noemende) [persoon 1] , geboren op [geboortedag 1] 1999 te [geboorteplaats 1] ( Syrië ), aan een buitengrens of binnen het grondgebied van Nederland werd gebracht, niet de nodige maatregelen heeft genomen en/of niet het toezicht heeft gehouden dat redelijkerwijs van haar kon worden gevorderd om te voorkomen dat door die vreemdeling niet werd voldaan aan artikel 6, eerste lid, onder a, van de Schengengrenscode of artikel 3, eerste lid, onder a van de Vreemdelingenwet 2000, door niet of onvoldoende te controleren of die vreemdeling gelijkenis vertoonde met de foto in het nationaal paspoort van Spanje (voorzien van het nummer [nummer 2] , op naam gesteld van [persoon 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 1997).
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 4.200,00.

Vrijspraak

Het toetsingskader wordt gevormd door artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000, meer in het bijzonder in hoofdstuk A1/9 waarin de toegang tot Nederland en de verplichtingen van vervoerders worden geregeld. In de Vreemdelingencirculaire is de zorgplicht van vervoerders nader uitgewerkt in een aantal zaken die de vervoerder voorafgaand aan vertrek naar Nederland moet controleren. De vervoerder moet door middel van kort en bondig onderzoek controleren of het aangeboden reisdocument vals of vervalst is. Bij dat onderzoek moet zo nodig gebruik worden gemaakt van eenvoudige hulpmiddelen.
Voor het beantwoorden van de vraag of de verdachte heeft voldaan aan de zorgplicht in de zin van artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, wordt het arrest van de Hoge Raad uit 2017 (ECLI:NL:HR:2017:40) als uitgangspunt genomen. Uit deze rechtspraak volgt dat de in artikel 4, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, opgenomen zorgplicht aan de vervoerder een inspanningsverplichting oplegt. Voor een veroordeling ter zake van het niet naleven van deze zorgplicht is nalatigheid van de vervoerder vereist. Een vervoerder is nalatig geweest als sprake is van het niet onderkennen van eenvoudig te constateren hiaten in reisdocumenten, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
Naar het oordeel van het hof was in dit geval op basis van dit dossier niet eenvoudig te constateren dat de drager van het reisdocument geen gelijkenis vertoonde met de persoon op de foto in het reisdocument. Gelet daarop kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte is tekortgeschoten in haar zorgplicht en zal zij van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 maart 2026.