Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:641

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
23-001298-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Vreemdelingenwet 2000Art. 6 SchengengrenscodeArt. 3 Vreemdelingenwet 2000Art. 395a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak vervoerder wegens niet bewezen schending zorgplicht bij grenscontrole

In hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde. De zaak betrof de vraag of de vervoerder op Schiphol de nodige maatregelen had genomen om te voorkomen dat een vreemdeling zonder geldig visum Nederland binnenkwam.

De tenlastelegging hield in dat de vervoerder nalatig zou zijn geweest in het controleren van reisdocumenten, met name of de vreemdeling beschikte over een geldig visum volgens artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Schengengrenscode. Het hof heeft het toetsingskader gevormd aan de hand van de Vreemdelingencirculaire 2000 en een arrest van de Hoge Raad uit 2017, waarin is bepaald dat de zorgplicht een inspanningsverplichting inhoudt en nalatigheid vereist is voor veroordeling.

Het hof oordeelde dat niet eenvoudig was vast te stellen of de Ierse verblijfsvergunning de vreemdeling ontsloeg van de visumplicht, mede vanwege de complexiteit van de verschillende soorten verblijfsvergunningen. Hierdoor kon niet worden bewezen dat de verdachte de zorgplicht had geschonden. De verdachte werd daarom vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door de verdachte vrij te spreken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 12 maart 2026.

Uitkomst: De verdachte werd vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat zij nalatig was in het naleven van de zorgplicht bij grenscontrole.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001298-25
datum uitspraak: 12 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 20 mei 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-085964-24 tegen
[bedrijf] N.V.,
gevestigd te [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 november 2025 en 12 maart 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadslieden naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 10 juli 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, als vervoerder (vanaf de luchthaven Cape Town D.F. Malan met vluchtnummer [nummer] ) door wiens tussenkomst de vreemdeling, genaamd [persoon] , geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ( China ), aan een buitengrens of binnen het grondgebied van Nederland werd gebracht, niet de nodige maatregelen heeft genomen en/of niet het toezicht heeft gehouden dat redelijkerwijs van haar kon worden gevorderd om te voorkomen dat door die vreemdeling niet werd voldaan aan artikel 6, eerste lid, onder b, van de Schengengrenscode of artikel 3, eerste lid, onder a van de Vreemdelingenwet 2000, door niet of onvoldoende te controleren of die vreemdeling in het bezit was van een geldig document voor grensoverschrijding, dan wel in het bezit was van een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum ontbrak.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 4.200,00.

Vrijspraak

Het toetsingskader wordt gevormd door artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000, meer in het bijzonder in hoofdstuk A1/9 waarin de toegang tot Nederland en de verplichtingen van vervoerders worden geregeld. In de Vreemdelingencirculaire is de zorgplicht van vervoerders nader uitgewerkt in een aantal zaken die de vervoerder voorafgaand aan vertrek naar Nederland moet controleren. De vervoerder moet ten minste controleren of het aangeboden document voor grensoverschrijding voorzien is van de benodigde visa (zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming).
Voor het beantwoorden van de vraag of de verdachte heeft voldaan aan de zorgplicht in de zin van artikel 4, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, wordt het arrest van de Hoge Raad uit 2017 (ECLI:NL:HR:2017:40) als uitgangspunt genomen. Uit deze rechtspraak volgt dat de in artikel 4, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, opgenomen zorgplicht aan de vervoerder een inspanningsverplichting oplegt. Voor een veroordeling ter zake van het niet naleven van deze zorgplicht is nalatigheid van de vervoerder vereist. Een vervoerder is nalatig geweest als sprake is van het niet onderkennen van eenvoudig te constateren hiaten in reisdocumenten, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
Het hof is, evenals de verdediging, van oordeel dat op basis van dit dossier niet eenvoudig was vast te stellen of
stamp 2op de Ierse verblijfsvergunning de vreemdeling ontsloeg van de visumplicht. De Ierse verblijfsvergunning kent verschillende soorten
stamps,elk met een specifiek doel en geldigheidsduur. Of
stamp 2een uitzondering vormde op de visumplicht vergde nader onderzoek. Het hof oordeelt gelet daarop dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden en spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 maart 2026.