Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
www.svpo.nlbehoort toe aan Stichting Frederikssoon waarvan [appellant] eveneens bestuurder is. Deze stichting is tevens rechthebbende van het woordmerk SVPO.
- [appellant] en/of Stichting Frederikssoon nooit rechtsgeldig benoemd zijn tot bestuurder(s) van de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs,
- [appellant] en/of Stichting Frederikssoon ook in de toekomst nooit aanspraak zullen maken op het zijn van bestuurders in de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs,
- Stichting Persoonlijk VO enig bestuurder is van de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs.
4.Procedure bij de voorzieningenrechter
5.Vorderingen in hoger beroep
Beoordeling
Partijen doen onherroepelijk afstand van het recht een voor akkoord ondertekende versie van deze Vaststellingsovereenkomst op welke grond dan ook geheel of gedeeltelijk te ontbinden, op te zeggen, te vernietigen (…) of nietig te verklaren, of om ontbinding, opzegging, vernietiging, nietigverklaring of anderszins wijziging van deze Vaststellingsovereenkomst te vorderen.”. Uit deze bepaling volgt niet dat partijen afstand hebben gedaan van de mogelijkheid om hun wederzijdse verplichtingen op te schorten.
“Partijen zullen zich onthouden van negatieve bewoordingen en uitingen jegens de andere Partij”. [appellant] voert aan dat PVO in strijd met deze bepaling heeft gehandeld en beroept zich in dit verband op uitlatingen van (een advocaat van) PVO in een gerechtelijke procedure, waarvan hij rectificatie heeft geëist, een en nader zoals nader aan de orde in het arrest van dit hof van 4 november 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:3023). Het hof heeft in die uitspraak de uitlatingen niet in strijd met de VSO geacht. Ter onderbouwing van zijn betoog in de onderhavige zaak heeft [appellant] niet meer of anders aangevoerd dan in die procedure. Het hof ziet daarom geen aanleiding om in deze zaak tot een ander oordeel te komen en concludeert voorshands dat de uitlatingen geen tekortkoming van PVO vormen en daarmee geen grond kunnen zijn voor opschorting.
www.svpo.nl(3.13 en 3.14). Met grief 11 komt [appellant] terecht op tegen de toewijzing van dit deel van de vordering door de voorzieningenrechter. Het hof is van oordeel dat de door PVO aangevoerde grondslagen het gevorderde niet kunnen dragen. In de VSO heeft [appellant] verklaard dat PVO vrij kan beschikken over het onroerend goed en in het proces-verbaal zijn partijen overeengekomen dat [appellant] in de toekomst geen invloed zal proberen uit te oefenen op het handelen en besluiten van het bestuur van PVO. Met de brief aan de Tweede Kamer wordt niet beoogd invloed uit te oefenen op besluiten van PVO ten aanzien van het onroerend goed, maar op de besluitvorming van de Staat over de besteding van de eventueel aan haar toevallende opbrengst van de verkoop daarvan. (Dat [appellant] niet de schijn mag wekken dat hij communiceert voor of namens PVO, hetgeen ook geldt als [appellant] brieven schrijft aan de Tweede Kamer, komt hieronder aan bod bij de behandeling van het verbod onder e.) Schending van de VSO en het proces-verbaal door [appellant] kan ook niet worden aangenomen ten aanzien van de e-mails van 10 en 13 maart 2025 (3.13) en de verwijzing naar de brief aan de Tweede Kamer op de website
www.svpo.nl(3.14). [appellant] heeft betwist dat hij de afzender is geweest van die e-mails en voert aan dat de redactie van de website verantwoordelijk is voor het plaatsen van die brief op de website. Daar tegenover heeft PVO niet (voldoende) aannemelijk weten te maken dat [appellant] die handelingen heeft verricht. Grief 11 slaagt dus en het bestreden vonnis zal in zoverre worden vernietigd.
7.Beslissing
- i.) op welke wijze dan ook direct of indirect rechtstreeks contact te leggen met alle auteurs van de brieven van 27 april 2022 en 16 mei 2022 met (als insteek) enige vordering, gebod, verzoek of mededeling die in strijd is met overweging g t/m h en artikel 6,7 en 11 van de VSO;
- ii.) een juridische procedure te starten of voort te zetten tegen (a.) enig (oud-) werknemer van of betrokkene bij PVO (daaronder begrepen alle auteurs van de brieven van 27 april 2022 en 16 mei 2022 en (b.) PVO met (als insteek toewijzing van) enige vordering die in strijd is met (het bepaalde in) overweging f t/m h en artikel 1,6, 7 en 11 van de VSO;
- iii.) op enigerlei wijze gebruik te maken van, te citeren uit, aan te halen van of te verwijzen naar een verklaring zoals door [appellant] verzocht bij e-mail van 8 maart 2025;
- iv.) in zijn uitlatingen de schijn te wekken dat [appellant] voor of namens PVO communiceert;