ECLI:NL:GHAMS:2026:636

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
200.352.895/01OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 187 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling voorschot deskundigenonderzoek in aandeelhoudersgeschil Vlees Online B.V.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een geschil tussen aandeelhouders van Vlees Online B.V. waarbij een deskundigenonderzoek naar de waarde van aandelen werd bevolen. De deskundige stelde een plan van aanpak en een begroting van de kosten op, die door de Ondernemingskamer werden beoordeeld.

De Ondernemingskamer bepaalde dat het voorschot voor het onderzoek €35.787,50 inclusief omzetbelasting bedraagt. Dit bedrag dient te worden voldaan door aandeelhouder A (voor 1/4e deel), aandeelhouder B (voor 2/4e deel) en aandeelhouder C (voor 1/4e deel) binnen 14 dagen na ontvangst van de factuur van de deskundige. De werkzaamheden van de deskundige zullen pas aanvangen na volledige betaling van het voorschot.

Verder is bepaald dat indien betaling niet tijdig plaatsvindt, de deskundige dit kan melden waarna de Ondernemingskamer zal beslissen over de voortgang. De datum voor het indienen van het deskundigenbericht is vastgesteld op uiterlijk 11 juni 2026. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

De beschikking is gegeven door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.

Uitkomst: Voorschot van €35.787,50 vastgesteld en te voldoen door aandeelhouders binnen 14 dagen na factuur.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.352.895/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 6 maart 2026
inzake
[aandeelhouder A],
wonende te [plaats] ,
VERZOEKER,
advocaat:
mr. K. el Moussaoui, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VLEES ONLINE B.V.,
gevestigd te Alkmaar,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[aandeelhouder B],
gevestigd te [plaats] ,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[aandeelhouder C],
gevestigd te [plaats] ,
advocaten:
mr. M.J. Folkeringaen
mr. E.C.N. Sweep, kantoorhoudende te Haarlem
VERWEERSTERS,
e n ( v o o r h e e n ) t e g e n
Mr. J.A. CAMPHUIS,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de heer
[aandeelhouder D]
(tevens h.o.d.n. Meat for More),kantoorhoudend te Amsterdam,
advocaten:
mr. J.M.R. Ypmaen
mr. R. Poelsma, kantoorhoudend te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE (tevens verzoeker).
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
[aandeelhouder A] als:
[aandeelhouder A] of aandeelhouder A
Vlees Online B.V. als:
Vlees Online of de Vennootschap
[aandeelhouder B] als:
[aandeelhouder B] of aandeelhouder B
[aandeelhouder C] als:
[aandeelhouder C] of aandeelhouder C
[aandeelhouder D] als:
[aandeelhouder D] of aandeelhouder D
mr. Camphuis als:
de Curator
[vleesgroothandel] als:
[vleesgroothandel]

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 9 en 15 oktober 2025.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu relevant – drs. M.J.J. van Prooijen RV te Dordrecht (hierna: de deskundige) benoemd tot deskundige en hem gevraagd een onderzoek te verrichten naar de waarde van de door [aandeelhouder D] en [aandeelhouder A] gehouden aandelen in Vlees Online. De Ondernemingskamer heeft de deskundige gevraagd om binnen vier weken – of zoveel eerder als mogelijk – een definitief plan van aanpak met een definitieve begroting van de kosten van het verzoek op te stellen en deze aan haar toe te sturen. De Ondernemingskamer heeft verder bepaald dat zij partijen daarna in de gelegenheid zal stellen zich uit te laten over die begroting en vervolgens de hoogte van het voor de kosten van de deskundige ter griffie te storten voorschot zal bepalen, tenzij partijen over dit laatste afwijkende afspraken maken. Tot slot is bepaald dat de Curator, [aandeelhouder A] , [aandeelhouder B] en [aandeelhouder C] ieder voor 1/4e gedeelte het voorschot van de deskundige zullen dragen.
1.3
Bij e-mailbericht van 21 januari 2026 heeft mr. Ypema namens de Curator de Ondernemingskamer bericht dat in het faillissement van [aandeelhouder D] de boedel en [aandeelhouder B] overeenstemming hebben bereikt over de overdracht van de aandelen van [aandeelhouder D] in Vlees Online aan [aandeelhouder B] . De levering heeft plaatsgevonden en verder hebben partijen afgesproken dat [aandeelhouder B] de kosten van de deskundige wat betreft het deel van de Curator voor haar rekening gaat nemen.
1.4
Bij e-mail van 26 februari 2026 heeft de deskundige zijn plan van aanpak inclusief begroting van de kosten met de Ondernemingskamer gedeeld.
1.5
Bij e-mail van 27 februari 2026 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich desgewenst uit te laten over het plan van aanpak.
1.6
Hierop is geen reactie van partijen ontvangen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De deskundige heeft in zijn plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, en hoeveel tijd dat in beslag neemt en welk uurtarief daarbij wordt gehanteerd. De deskundige begroot dat het voorschot voor het onderzoek op € 34.787,50, inclusief omzetbelasting, dient te worden gesteld.
2.2
Tegen het plan van aanpak met begroting zijn geen bezwaren aangevoerd. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. Daarom zal de Ondernemingskamer het voorschot bepalen op € 35.787,50, inclusief omzetbelasting. Omdat de deskundige in zijn plan van aanpak heeft voorgesteld het voorschot rechtstreeks te factureren en daartegen geen bezwaar is gemaakt, zal de Ondernemingskamer geen uitvoering geven aan het bepaalde in artikel 187 Rv Pro voor zover dit ziet op het storten van het voorschot bij de griffie van de Ondernemingskamer.
2.3
De Ondernemingskamer ziet verder aanleiding te bepalen dat [aandeelhouder A] (voor 1/4e deel), [aandeelhouder B] (voor 2/4e deel) en [aandeelhouder C] (voor 1/4e deel) het voorschot dienen te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van de daartoe door de deskundige toegezonden factuur en dat de deskundige zijn werkzaamheden niet zal aanvangen voordat hij volledige betaling van het voorschot heeft ontvangen.
2.4
Indien door de deskundige niet tijdig volledige betaling van het voorschot wordt ontvangen kan de deskundige dit aan de Ondernemingskamer meedelen, waarna de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid zal stellen zich uit te laten over de verdere voortgang van de procedure en vervolgens daarop zal beslissen.
2.5
De Ondernemingskamer zal de datum voor het indienen van het deskundigenbericht bepalen op 11 juni 2026 of zoveel als eerder als het gereed is.
2.6
Iedere verdere beslissing zal de Ondernemingskamer aanhouden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt het door [aandeelhouder A] (voor 1/4e deel), [aandeelhouder B] (voor 2/4e deel) en [aandeelhouder C] (voor 1/4e deel) te betalen voorschot op € 35.787,50, inclusief omzetbelasting;
bepaalt dat [aandeelhouder A] , [aandeelhouder B] en [aandeelhouder C] het voorschot dienen te voldoen door betaling van een daarvoor door de deskundige aan hen toegezonden factuur en wel binnen 14 dagen na dagtekening van die factuur;
bepaalt dat de onderzoeker zijn werkzaamheden niet zal aanvangen voordat hij volledige betaling van het voorschot heeft ontvangen;
verzoekt de deskundige uiterlijk 11 juni 2026 – of zoveel eerder als mogelijk – het deskundigenbericht aan de Ondernemingskamer te sturen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. J.M. de Jongh en mr. E. Loesberg, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. dr. mr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.