Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
24 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
2.Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
19 april 2019 in afwezigheid van zijn raadsman door de politie is gehoord, terwijl de verdachte daar wel behoefte aan had en de raadsman geen uitnodiging heeft gekregen voor dit verhoor. Hiermee is het recht op een eerlijk proces doelbewust geschonden. Vanwege de algehele onzorgvuldige wijze waarop deze zaak is behandeld en het doelbewust handelen van de politie, dient dit tot de niet-ontvankelijkheid van het OM te leiden.
9 maanden geduurd.
19 april 2019 ten onrechte niet is gewezen op zijn recht op rechtsbijstand van een advocaat tijdens het verhoor, waardoor sprake is van een vormverzuim. Dit brengt echter niet zonder meer mee dat hij in de strafprocedure geen eerlijk proces heeft gekregen als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro; dat moet worden beoordeeld aan de hand van het verloop van het proces als geheel, met inachtneming van de omstandigheden van het geval (zie in dit verband ook het arrest van de Hoge Raad van 9 december 2025, ECLI:NL:HR:2024:1135). Zoals ten aanzien van het vorige verweer overwogen en in aanmerking nemend dat de verdachte voor het overige gedurende het strafproces (wel) telkens is bijgestaan door een advocaat, is naar het oordeel van het hof in zijn geheel sprake van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro. Daarmee is, gelet op wat de Hoge Raad in het arrest van 1 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1889) heeft overwogen, geen aanleiding om het OM niet-ontvankelijk in de vervolging te verklaren. Het verweer wordt dan ook verworpen.
3.Tenlastelegging
- (vervolgens) in een (op zijn naam gestelde) (personen)auto (merk/type: BMW/316) (kenteken:
- (vervolgens) (met) voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) in een (op zijn naam gestelde) (personen)auto (merk/type: BMW/316) (kenteken:
[kenteken] ) aan voornoemde [medeverdachte] en/of nog onbekend gebleven en/of nader te noemen pers(o)n(en) ter beschikking te stellen en/of de gelegenheid te verschaffen om voornoemde (personen)auto te gebruiken.
4.Vonnis waarvan beroep
5.Vrijspraak
6.Voorwaardelijke verzoeken
7.Beslag
- 1 zaktelefoon (Nokia, G4993744);
- 1 zaktelefoon (Samsung, G4993745);
- 1 personenauto (BMW, kenteken [kenteken] ).
8.Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
€ 15.000,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd, maar heeft de vordering met € 10,00 verlaagd.
9.BESLISSING
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 1 zaktelefoon (Nokia, G4993744);
- 1 zaktelefoon (Samsung, G4993745);
- 1 personenauto (BMW, kenteken [kenteken] ).
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
10 maart 2026.