Uitspraak
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3],
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster was bij vonnis veroordeeld tot betaling van proceskosten en betwistte deze veroordeling. Na betekening van het vonnis door een gerechtsdeurwaarder werd beslag gelegd op bankrekeningen bij twee banken. Klaagster klaagde dat de vordering niet geïncasseerd zou worden, dat de beslaglegging zonder noodzaak gelijktijdig op twee rekeningen plaatsvond en dat het beslag pas na acht maanden werd gelegd zonder aankondiging.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarders mochten afgaan op de opdrachtgever die de vordering handhaafde en dat het starten van een executiegeschil de juiste weg was om de tenuitvoerlegging te voorkomen. De klacht dat e-mails vervalst zouden zijn, werd verworpen wegens gebrek aan bewijs. Het gelijktijdig beslag was toegestaan omdat klaagster bij beide banken rekeningen aanhield en de wet het beslag op alle vermogensbestanddelen toestaat.
Ook was er geen wettelijke grondslag voor de stelling dat het beslag aangekondigd had moeten worden, aangezien klaagster wist dat executie te verwachten was. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kamer en verklaarde de klacht ongegrond.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarders over gelijktijdig beslag leggen en andere klachten is ongegrond verklaard en de eerdere beslissing bevestigd.