ECLI:NL:GHAMS:2026:506
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging schorsing tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis sociale huurwoning
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van Stichting Pré Wonen tegen een vonnis van de kantonrechter Noord-Holland dat de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis schorst. De zaak betreft de voortzetting van een sociale huurwoning na het overlijden van de oorspronkelijke huurder. De kantonrechter had de schorsing van de tenuitvoerlegging bevolen totdat in hoger beroep op de vordering tot voortzetting van de huur onherroepelijk is beslist.
Pré Wonen betoogde dat de kantonrechter ten onrechte sprak van medehuurderschap en dat het vonnis berust op een kennelijke misslag. Het hof oordeelt dat het gaat om voortzetting van huur en niet medehuur, maar dat dit de beslissing niet beïnvloedt. Het hof onderschrijft het oordeel dat de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het ontruimingsvonnis een kennelijke juridische misslag is, omdat artikel 7:268 lid 2 BW Pro de huurder het recht geeft de huur voort te zetten totdat onherroepelijk is beslist.
Het hof stelt dat alleen bij misbruik van recht kan worden afgeweken van deze regeling, wat niet is vastgesteld. De kantonrechter heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor het oordeel dat de vordering van de huurder geen reële kans van slagen heeft. Daarom wordt het bestreden vonnis bekrachtigd en wordt Pré Wonen veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis en veroordeelt Pré Wonen in de kosten van het hoger beroep.