ECLI:NL:GHAMS:2026:483

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
200.352.252/01OK en 200.353.491/01OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging enquêteonderzoek en niet-ontvankelijkheid uitstotingsverzoek na minnelijke regeling aandeelhouders

In deze gecombineerde procedure van de Ondernemingskamer stonden een enquêteverzoek en een geschillenregeling omtrent de besloten vennootschap [vennootschap 1] centraal. De Ondernemingskamer had eerder een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap vanaf 1 januari 2024 en een bestuurder met beslissende stem benoemd om een werkbare ontvlechting van aandeelhoudersbelangen te onderzoeken.

De geschillenregeling betrof een verzoek tot uitstoting van een aandeelhouder, dat werd aangehouden in afwachting van de uitkomsten van het enquêteonderzoek en de benoeming van de bestuurder. Tijdens het geding bereikten partijen op 20 februari 2026 een minnelijke regeling, bevestigd door alle betrokken partijen in de daaropvolgende dagen.

Als gevolg van deze regeling beëindigt de Ondernemingskamer het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen en verklaart zij het uitstotingsverzoek niet-ontvankelijk. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en werd op 26 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het enquêteonderzoek en de onmiddellijke voorzieningen worden beëindigd en het uitstotingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard na minnelijke regeling.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.352.252/01 OK (enquêteprocedure) en 200.353.491/01 OK (geschillenregeling)
beschikking van de Ondernemingskamer van 26 februari 2026
in de zaak met zaaknummer 200.352.252/01 OK (enquêteprocedure) van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[aandeelhouder 1] .,
gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mr. T.J. Teggelaaren
mr. L.R. Verhagen, kantoorhoudende te Nijmegen,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap 1] .,
gevestigd te [plaats] ,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[aandeelhouder 2],
gevestigd te [plaats] ,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[dochter 2],
gevestigd te [plaats] ,
advocaat:
mr. S.J. Bruins Slot, kantoorhoudende te Zaltbommel,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[dochter 3],
gevestigd te [plaats] ,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[dochter 1],
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTERS,
e n t e g e n
[bestuurder 1],
gevestigd te [plaats] ,
advocaat:
mr. S.J. Bruins Slot, kantoorhoudende te Zaltbommel,
BELANGHEBBENDE
en in de zaak met zaaknummer 200.353.491/01 OK (geschillenregeling) van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bestuurder 1]
gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. S.J. Bruins Slot, kantoorhoudende te Zaltbommel,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[aandeelhouder 1] .,
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. T.J. Teggelaaren
mr. L.R. Verhagen, kantoorhoudende te Nijmegen,
en tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap 1] .,
gevestigd te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. S.J. Bruins Slot, kantoorhoudende te Zaltbommel.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • [aandeelhouder 1] . als [aandeelhouder 1] ;
  • [bestuurder 1] als [bestuurder 1] ;
  • [vennootschap 1] . als [vennootschap 1] ;
  • [aandeelhouder 2] als [aandeelhouder 2] ;
  • [dochter 2] als [dochter 2] ;
  • [dochter 1] als [dochter 1] ;
  • [dochter 3] als [dochter 3]
  • [vennootschap 1] , [aandeelhouder 2] , [dochter 1] en [dochter 3] samen als

1.Het verloop van het geding in beide zaken

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 17 juni 2025.
1.2
Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer (in de enquêteprocedure) een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [vennootschap 1] c.s. over de periode vanaf 1 januari 2024. De aanwijzing van een onderzoeker is daarbij voorlopig aangehouden. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding J.C. Jaakke als bestuurder van [vennootschap 1] benoemd aan wie in het bestuur van [vennootschap 1] – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een beslissende stem toekomt en die zelfstandig bevoegd is [vennootschap 1] te vertegenwoordigen en zonder wie [vennootschap 1] niet vertegenwoordigd kan worden.
De Ondernemingskamer heeft aanleiding gezien deze bestuurder in het bijzonder ook tot taak te geven om in het belang van [vennootschap 1] c.s. en de met haar verbonden onderneming, met partijen te onderzoeken op welke wijze tot een voor alle betrokkenen accepteerbare, financierbare en werkbare ontvlechting van de belangen van de aandeelhouders kan worden gekomen.
1.3
De Ondernemingskamer heeft in de geschillenregelingsprocedure de beslissing op het verzoek om uitstoting van [aandeelhouder 1] als aandeelhouder van [vennootschap 1] aangehouden om te bezien of met het treffen van de hiervoor genoemde onmiddellijke voorziening en in het bijzonder ook de daarbij aan de te benoemen bestuurder opdragen bijzondere taak een oplossing van het geschil kan worden gevonden die beter aansluit bij de wensen en (on)mogelijkheden van de beide aandeelhouders, dan mogelijkerwijs met de enkele uitstoting van [aandeelhouder 1] als aandeelhouder van [vennootschap 1] kan worden bereikt.
1.4
Bij e-mailbericht van 20 februari 2026 heeft mr. B. Tideman namens J.C. Jaakke en [vennootschap 1] de Ondernemingskamer bericht dat partijen onderling overeenstemming hebben bereikt over een minnelijke regeling. Als gevolg hiervan worden de onderhavige procedures ingetrokken met compensatie van kosten, zodat ieder de eigen proceskosten draagt.
1.5
Bij e-mailbericht van 23 februari 2026 heeft mr. Bruins Slot namens verweerders in de enquêteprocedure tevens verzoekster in de geschillenregeling de juistheid van het e-mailbericht van mr. Tideman bevestigd.
1.6
Bij e-mailbericht van 24 februari 2026 heeft mr. Verhagen namens [aandeelhouder 1] eveneens de juistheid van het e-mailbericht van mr. Tideman bevestigd.

2.De gronden van de beslissing

In de enquêteprocedure

2.1
Nu partijen een regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen het verzoek tot beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen in die zin dat zij het bij de beschikking van 17 juni 2025 in de enquêteprocedure bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen zal beëindigen, een en ander met ingang van heden.
In de geschillenregelingsprocedure
2.2.
De Ondernemingskamer heeft in de uitspraak van 17 juni 2025 de beslissing op het uitstotingsverzoek aangehouden. Nu partijen een minnelijke regeling hebben getroffen behoeft dit uitstotingsverzoek geen beoordeling en beslissing meer. [bestuurder 1] zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek tot uitstoting van [aandeelhouder 1] als aandeelhouder van [vennootschap 1] .

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
in de zaak met rolnummer 200.352.252/01 OK
beëindigt met ingang van heden het bij de beschikking van 17 juni 2025 bevolen onderzoek en de bij de beschikking getroffen onmiddellijke voorziening;
in de zaak met zaaknummer 200.353.491/01 OK
verklaart [bestuurder 1] niet ontvankelijk in haar verzoek;
in beide zaken
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. E. Loesberg, raadsheren, en dr. M.J.R. Broekema RV en drs. G. Eikelenboom AG, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.