ECLI:NL:GHAMS:2026:471
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht tegen gerechtsdeurwaarder over bewijsstukken vordering ongegrond verklaard
Klaagster diende een klacht in tegen de gerechtsdeurwaarder die belast was met de inning van een vordering van ABN AMRO Bank. Zij stelde dat zij geen bewijsstukken van de vordering had ontvangen en dat de gerechtsdeurwaarder haar had aangeschreven zonder over bewijs te beschikken.
Het hof verwijst naar de feiten vastgesteld door de kamer voor gerechtsdeurwaarders en constateert dat de gerechtsdeurwaarder meerdere malen stukken en informatie aan klaagster heeft verstrekt, waaronder een ingebrekestelling, opeisingsbrief en specificaties van de vordering. Hoewel niet altijd expliciet op de klacht werd gereageerd, is feitelijk voldaan aan de wens van klaagster om bewijsstukken te ontvangen.
Het hof benadrukt dat een gerechtsdeurwaarder slechts marginaal hoeft te toetsen of de gegevens voldoende grond bieden voor de vordering en oordeelt dat de gerechtsdeurwaarder hieraan heeft voldaan. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de kamer bevestigd.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder wordt ongegrond verklaard en de eerdere beslissing bevestigd.