Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Vonnis van de rechtbank
4.Bewijsoverweging
- de vader van de verdachte netto inkomsten had in de periode van 2018 tot en met oktober 2020 tussen de € 12.138,20 en € 14.227,88 uit loondienst voor schoonmaakwerk.
- er vanaf 2016 door de vader van de verdachte omzet wordt opgegeven bij de Belastingdienst van zijn cateringbedrijf [bedrijf 1] . Deze omzet bedraagt in 2019 € 696,00, in 2020 € 3.195,00 en in 2018 wordt geen omzet opgegeven. Pas vanaf 2021 wordt meer omzet opgegeven.
- de moeder van de verdachte enkel inkomsten ontvangt uit een uitkering van het UWV.
- de bankrekeningen van zowel de vader als de moeder van de verdachte als de verdachte zelf geen vermogen bevatten dat de uitgaven van de verdachte kan verklaren.
- door zowel de vader van de verdachte als de moeder van de verdachte geen contant vermogen is opgegeven bij de aangifte inkomstenbelasting in de periode van 2016 tot en met 2023.
- de betaling van € 1.250,00 aan [bedrijf 2] , omdat deze betaling niet contant is voldaan.
- de contante betaling van € 107,43 aan [bedrijf 3] . Er is geen jaartal zichtbaar op de bon, waardoor niet kan worden vastgesteld wanneer deze uitgave is gedaan.
- de betaling van € 7.500,00 aan [bedrijf 4] van 1 juli 2021. Deze betaling valt buiten de tenlastegelegde periode.
- de contante stortingen op de rekening van de vader van de verdachte met uitzondering van de hierna vermelde. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat bij het grootste gedeelte van de stortingen niet kan worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die deze bedragen heeft gestort. Bovendien worden deze geldbedragen niet vlak na de storting op de rekening van vader naar de bankrekening van de verdachte overgemaakt.
- Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de verdachte ook moet worden vrijgesproken van het bedrag van € 12.500,00 dat is gestort op de rekening van de verdachte op 10 november 2020. Het overmaken van dit bedrag zou vooraf zijn gegaan door contante stortingen op de rekening van de vader van de verdachte. Uit het dossier blijkt geen duidelijk verband tussen eerdere contante stortingen in die periode en het overmaken naar de verdachte van dit bedrag, waardoor niet bewezen kan worden dat het bedrag van € 12.500,00 afkomstig is van een misdrijf.
5.Bewezenverklaring
- geldbedragen totaal ad € 48.613,00 (betaalde facturen [bedrijf 5] )
- geldbedragen totaal ad € 10.071,31 (betaalde aankopen [bedrijf 6] , [bedrijf 7] . [bedrijf 8] , [bedrijf 9] , [bedrijf 10] , [bedrijf 11] , [bedrijf 12] )
- Melita koffie machine
- iPad
- een geldbedrag ad € 7.873.29 ( [bedrijf 13] )
- een geldbedrag ad € 3.490,00 (aanbetaling aankoop BMW)
- een geldbedrag ad € 51.000,00 (betaling aankoop Mercedes)
- een contante storting op rekening [vader] ad € 9.400,00 (t.b.v. de aflossing [bedrijf 14] )
- een contante geldstorting op rekening van [vader] ad € 9.000,00
- contante geldstortingen op rekening van [verdachte] ad € 3.950