ECLI:NL:GHAMS:2026:395

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
000561-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding kosten rechtsbijstand in klaagschriftprocedure toegekend

Appellant heeft op 9 augustus 2024 een personenauto in beslag gekregen. Na meerdere verzoeken om teruggave, waarbij ook de moeder van appellant als eigenaar instemde, werd op 5 september 2024 een klaagschrift ingediend wegens het uitblijven van reactie van het Openbaar Ministerie.

Het Openbaar Ministerie gaf aan de auto aan de moeder terug te willen geven, mits het klaagschrift werd ingetrokken. Op 12 september 2025 werd het klaagschrift ingetrokken en de auto teruggegeven. Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in verband met de beklagzaak en de verzoekschriftprocedure.

Het hof oordeelde dat gelet op de specifieke gang van zaken gronden van billijkheid aanwezig zijn om een vergoeding toe te kennen. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en wees een vergoeding van in totaal €1.564,50 toe aan appellant voor de gemaakte kosten van rechtsbijstand.

Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van €1.564,50 toe voor kosten van rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure en het hoger beroep.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer hoger beroep: 000561-25
rekestnummer eerste aanleg: 24-030799
parketnummer strafzaak: 96/285553-24
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 16 juni 2025 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. C.Y. Kekik,
Heemraadssingel 165, 3022 CG Rotterdam.

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 30 juni 2025 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 7 januari 2026 is het standpunt van de advocaat-generaal kenbaar gemaakt.
Op 13 januari 2026 is een e-mail van de raadsman ontvangen.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de straf- en beklagzaak en heeft op 13 januari 2026 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant en de raadsman van appellant zijn met kennisgeving niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek - zoals aangevuld in raadkamer in hoger beroep met het verzoek onder c - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de beklagzaak met voormeld rekestnummer ten bedrage van € 544,50;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Het inleidende verzoek is tijdig ingediend.
Het hof stelt het volgende vast.
Op 9 augustus 2024 is onder appellant een personenauto is beslag genomen. Na eerdere verzoeken per email om teruggave van de auto, gedaan door de raadsman van appellant, waarbij tevens aan het Openbaar Ministerie is laten weten dat ook de moeder van de beslagene (appellant) en eigenaar van de auto instemt met de teruggave, heeft -omdat geen reactie volgde- de raadsman van appellant op 5 september 2024 een klaagschrift ex artikel 552a Sv ingediend. Bij email van 10 september 2024 is aan appellant laten weten dat de officier van justitie voornemens was de personenauto aan zijn moeder terug te geven en dat appellant hiertegen binnen 14 dagen hierover kon klagen. Bij email van 11 september 2024 is door het Openbaar Ministerie aan appellant laten weten dat indien hij het klaagschrift zou intrekken, het voertuig zou worden teruggegeven aan zijn moeder. Op 12 september 2025 is een volmacht tot intrekking van het klaagschrift gegeven, zodat het beslag zo spoedig mogelijk en zonder omhaal kon worden teruggegeven. Na intrekking van het klaagschrift is de auto aan de moeder van appellant teruggegeven.
Gezien voornoemde zeer specifieke gang van zaken acht het hof gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de beklagzaak ten bedrage van € 544,50.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure:
- in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;
- in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.
Het hof zal de beschikking waarvan beroep vernietigen en opnieuw recht doen.

4.Beslissing

Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Wijst het verzochte toe.
Kent aan appellant een vergoeding toe van € 1.564,50 (duizend vijfhonderdvierenzestig euro en vijftig cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, H.A. van Eijk en A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is -bij ontstentenis van de voorzitter- ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 11 februari 2026.
De oudste raadsheer beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.564,50 (duizend vijfhonderdvierenzestig euro en vijftig cent) op bankrekeningnummer [iban] t.n.v. Stichting Derdengelden advocatenkantoor Kekik o.v.v. [verzoeker] .
Amsterdam, 11 februari 2026,
mr. H.A. van Eijk, oudste raadsheer