Uitspraak
1.Procesverloop
2.Inhoud van het verzoek
3.Beoordeling
- in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;
- in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant verzocht om schadevergoeding en vergoeding van kosten rechtsbijstand na seponering van een strafzaak wegens mediation. De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding af omdat appellant de inverzekeringstelling aan zijn eigen gedrag te wijten was. Het hof bevestigt dat de strafzaak is geseponeerd na een geslaagde mediation waarbij appellant zijn onjuist handelen erkende en excuses aanbood.
Het hof oordeelt dat het niet billijk is dat de staat de schade vanwege de ondergane verzekering vergoedt, ondanks het ontbreken van strafrechtelijke aansprakelijkheid. Wel acht het hof het billijk om de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure deels te vergoeden, omdat het voor appellant niet volstrekt duidelijk was dat het verzoek zou worden afgewezen.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en kent een vergoeding van €1.020 toe voor de kosten van rechtsbijstand, waarbij het overige verzoek wordt afgewezen. De beschikking is op 11 februari 2026 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam gegeven.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding afgewezen, maar vergoeding van kosten rechtsbijstand toegekend.