AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor opzetheling met taakstraf in hoger beroep
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor opzetheling. De zaak betrof een strafzaak waarin de verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk helen van goederen.
Het hof legde een taakstraf op van 60 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd bepaald dat de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, in mindering zou worden gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur taakstraf per dag voorarrest.
De uitspraak bevestigde het vonnis voor het overige en voegde artikel 63 vanPro het Wetboek van Strafrecht toe aan de toepasselijke wettelijke voorschriften. De taakstraf kan worden vervangen door hechtenis indien niet naar behoren wordt verricht, tenzij de rechter anders beslist bij een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 februari 2026.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor opzetheling tot een taakstraf van 60 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-278757-24
parketnummer hoger beroep : 23-002084-24
TEGENSPRAAK(gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 10 februari 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 september 2024 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
adres: [adres] .
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstrafvoor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met dien verstande dat artikel 63 vanPro het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wettelijke voorschriften wordt toegevoegd.
Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van mr. L.A.H. van Wieren en mr. C.H. Sillen, griffiers.