ECLI:NL:GHAMS:2026:372

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
23-000789-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 WVW 1994Art. 176 WVW 1994Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding Wegenverkeerswet 1994 met wijziging straf en toewijzing schadevergoeding

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 maart 2025 vernietigd. De verdachte werd bewezenverklaard van overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, gepleegd op 22 april 2024 te Heemskerk.

Het hof veroordeelde de verdachte tot een geldboete van 500 euro, te voldoen in vijf termijnen van 100 euro per maand, en legde een taakstraf van 30 uur op ter vervanging van een gevangenisstraf van één week. Tevens wees het hof de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van 550 euro aan materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de overtreding.

De tenuitvoerlegging van een deel van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf werd gelast, waarbij de taakstraf als vervanging geldt bij niet-nakoming. De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht om cassatie in te stellen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot geldboete van 500 euro, taakstraf van 30 uur en toewijzing van 550 euro schadevergoeding met wettelijke rente.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 15-014544-25 en 13-335999-21 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-000789-25
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 10 februari 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 maart 2025 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats]
adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegd
op 22 april 2024 te Heemskerk.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 23, 24, 24a, 24c en 36f van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
5 (vijf) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de
geldboetesmag worden voldaan in
5 (vijf) termijnenvan
1 maand, elke termijn groot
€ 100,00 (honderd euro).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 april 2024.
Beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2023, parketnummer 13-335999-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 6 maanden met proeftijd van 2 jaar, te weten een
gevangenisstraf van 1 week, en gelast in plaats daarvan een
taakstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
7 (zeven) dagen hechtenis.
Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van mr. C.H. Sillen en mr. L.A.H. van Wieren, griffiers.
mr. D.A.C. Koster
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.