In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd vanwege een gedeeltelijk andere bewezenverklaring en kwalificatie. De verdachte werd vrijgesproken van de diefstal met geweld van een auto en het medeplegen daarvan, omdat het bewijs daarvoor onvoldoende was.
Het hof achtte echter wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig maakte aan meerdere diefstallen van levensmiddelen en goederen uit het Rode Kruis ziekenhuis, het rijden onder invloed van cannabis, het vernielen van een bloempot en een ophoudkamer in het politiebureau, en het beledigen van ambtenaren tijdens hun rechtmatige bediening.
De verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 97 dagen, gelijk aan de tijd die hij in voorarrest had doorgebracht. Het hof nam daarbij de ernst van de feiten, de herhaalde strafbare gedragingen binnen een korte periode, en het eerdere strafblad van de verdachte mee. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen vanwege de vrijspraak van het belangrijkste tenlastegelegde feit.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 12 februari 2026.