ECLI:NL:GHAMS:2026:304
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis wegens opzettelijke invoer van cocaïne via Schiphol
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 20 januari 2026 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 11 juli 2025, waarin verdachte werd veroordeeld voor opzettelijke invoer van cocaïne via Schiphol.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 6 januari 2026 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging. Het hof vond geen aanleiding om af te wijken van het bewezenverklaarde, de strafbaarheid en de opgelegde straf zoals vastgesteld door de rechtbank.
Het hof benadrukte het belang van een consistent landelijk beleid bij de straftoemeting en nam de LOVS-oriëntatiepunten als uitgangspunt, in plaats van lokale uitgangspunten of procesafspraken waarvan het hof niet op de hoogte is.
Daarom bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank, waarmee de strafoplegging ongewijzigd bleef. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling voor opzettelijke invoer van cocaïne en handhaaft de opgelegde straf.