ECLI:NL:GHAMS:2026:304

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
23-001931-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis wegens opzettelijke invoer van cocaïne via Schiphol

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 20 januari 2026 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 11 juli 2025, waarin verdachte werd veroordeeld voor opzettelijke invoer van cocaïne via Schiphol.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 6 januari 2026 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging. Het hof vond geen aanleiding om af te wijken van het bewezenverklaarde, de strafbaarheid en de opgelegde straf zoals vastgesteld door de rechtbank.

Het hof benadrukte het belang van een consistent landelijk beleid bij de straftoemeting en nam de LOVS-oriëntatiepunten als uitgangspunt, in plaats van lokale uitgangspunten of procesafspraken waarvan het hof niet op de hoogte is.

Daarom bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank, waarmee de strafoplegging ongewijzigd bleef. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling voor opzettelijke invoer van cocaïne en handhaaft de opgelegde straf.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001931-25
datum uitspraak: 20 januari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 11 juli 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-162345-25 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1971,
thans gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof ziet in wat door de verdachte en zijn raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd geen reden om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde, de strafbaarheid van het feit (kwalificatie) en de verdachte en de aard en omvang van de opgelegde straf. Het hof verenigt zich dan ook met het vonnis waarvan beroep en zal dit dus bevestigen.
Met betrekking tot de straftoemeting merkt het hof nog het volgende op. Het Landelijk Overleg van Voorzitters in de Strafsectoren van de hoven en rechtbanken (LOVS) heeft oriëntatiepunten vastgesteld die als leidraad kunnen worden gehanteerd bij het bepalen van een passende en geboden straf voor feiten als de onderhavige. Het hof stelt voorop dat genoemde oriëntatiepunten zijn opgesteld ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging bij vaak voorkomende delicten. Naar het oordeel van het hof is het van groot belang dat ook bij feiten als de onderhavige een consistent landelijk straftoemetingsbeleid wordt gevolgd. Het hof neemt deze oriëntatiepunten dan ook als uitgangspunt bij het bepalen van de straf, en niet de lokale uitgangspunten die in sommige rechtbanken worden gehanteerd, dan wel uitkomsten van procesafspraken van de grondslag waarvan het hof niet op de hoogte is.

BESLISSING

Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. D.A.C. Koster en mr. J.F.C. Schnitzler, in tegenwoordigheid van mr. L.P. van Kessel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 januari 2026.
mr. J.F.C. Schnitzler is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen
=========================================================================
[…]