Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Procesverloop
2.Achtergrond van het verzoek
[bedrijf 1]van [datum 3] , zoals aangepast door een
[naam 2]van [datum 4] (hierna: de [naam 2] ) en de
[naam 3]van [datum 5] (hierna: de [naam 3] ) in de periode tussen [datum 6] . De [naam 2] en de [naam 3] zijn raamovereenkomsten die op de individuele verkoop van [woord] van toepassing zijn. Zowel de [naam 2] als de [naam 3] kennen een arbitragebeding, waarin is bepaald dat geschillen zullen worden beslecht via internationale arbitrage in [plaats 4] ( [plaats 3] ) volgens de [naam 4] , met drie arbiters, en dat de procedure in het Engels wordt gevoerd.
3.Beoordeling
Request for Service Abroad of Judicial or Extrajudicial Documents’ van 2 juni 2025 overgelegd, dat door het OM samen met voornoemd exploot en de bijbehorende stukken ter oproeping van [geïntimeerde] op genoemde datum is verzonden aan de centrale autoriteit van de [plaats 6] , zijnde
[bedrijf 2]. [appellant] heeft verder een verklaring van 12 november 2025 van de door haar in de arm genomen deurwaarder in het geding gebracht, waarin diens ambtsverrichtingen in verband met de oproeping van [geïntimeerde] zijn beschreven, met bijlagen. Volgens de verklaring van de deurwaarder heeft deze, naast de voornoemde betekening aan het OM (ressortspakket Amsterdam), op 16 mei 2025 een afschrift van het oproepingsexploot aan [geïntimeerde] toegezonden per aangetekende brief, gericht aan het kantooradres van [geïntimeerde] in [plaats 2] , [plaats 6] . Aanvullend heeft de deurwaarder op 16 mei 2025 een gewone pakketzending van de betekende stukken aan [geïntimeerde] gestuurd. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder op 16 mei 2025 een scan van de betekende stukken per e-mail verzonden naar vijf e-mailadressen die zouden toebehoren aan de functionarissen die [geïntimeerde] in de arbitrale procedure hebben vertegenwoordigd.