Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
verworpen, hetgeen wél een tussenvonnis is omdat met die beslissing geen einde wordt gemaakt aan (een deel van) het geschil.
Gerechtshof Amsterdam
Appellante, Modern Entertainment B.V., stelde hoger beroep in tegen vonnissen van de rechtbank Amsterdam waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van bepaalde vorderingen die zien op onrechtmatige exploitatie van naburige rechten buiten Nederland en de daaraan verbonden schade. Het hof oordeelde dat het hoger beroep tegen het vonnis van 15 januari 2025 niet tijdig was ingesteld voor zover het een eindvonnis betreft, omdat de appeltermijn van drie maanden was overschreden.
De rechtbank had in het incident een eindvonnis gewezen door zich onbevoegd te verklaren ten aanzien van de genoemde vorderingen, waarmee het geding over die vorderingen werd afgesloten. Het hof verwierp het betoog van appellante dat dit vonnis als tussenvonnis moest worden aangemerkt en dat de termijn daarom niet was gaan lopen.
Appellante voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat zij niet kon weten dat het vonnis een eindvonnis was, maar het hof oordeelde dat dit voldoende duidelijk was uit het vonnis. Daarom werd appellante niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen die beslissingen. Voor het overige werd het hoger beroep ontvankelijk verklaard en verwees het hof de zaak naar de rol voor het nemen van een memorie van grieven.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de onbevoegdverklaring van de rechtbank voor bepaalde vorderingen.