ECLI:NL:GHAMS:2026:235
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens intrekking grieven door verdachte
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 15 april 2025. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 15 januari 2026 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De raadsvrouw van de verdachte gaf aan dat de verdachte het hoger beroep niet wenste te handhaven, maar intrekking was niet meer mogelijk omdat het onderzoek ter terechtzitting al op 26 augustus 2025 was begonnen. Op grond van artikel 416, lid 2 van het Wetboek van Strafvordering verzocht de raadsvrouw het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan grieven.
Het hof oordeelde dat de verdachte geacht moet worden zijn bezwaren tegen het vonnis te hebben ingetrokken en dat er geen rechtens te respecteren belang is bij verder onderzoek. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van de grieven en gebrek aan belang.