Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.AUTHENTIEKE KOFFIE EN THEE B.V.,
CEINTURION INVESTMENTS B.V.,
[appellant],
1.De zaken in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De beoordeling
grief 1heeft [appellanten] aangevoerd dat [naam] in eerste aanleg terecht een beroep op opschorting, dat moet worden gelezen als vernietiging, van de huuropzegging heeft gedaan. [naam] verkeerde op het moment van de huuropzegging in financiële problemen. Mede vanwege het door [geïntimeerde] gedane voorstel tot huurverhoging zag zij geen andere uitweg dan over te gaan tot opzegging van de huurovereenkomst. [naam] heeft daarbij de gevolgen van haar handelen niet kunnen overzien. De huuropzegging is derhalve onder druk van een huurverhoging gedaan. [naam] had die bedoeling uitdrukkelijk niet, gelet op de afspraken die tussen haar en [appellanten] tot stand waren gekomen. [geïntimeerde] heeft misbruik van de omstandigheden gemaakt. De ontruiming had daarom niet jegens [naam] mogen worden uitgesproken, aldus [appellanten] Met
grief 2heeft [appellanten] aangevuld dat de ontruiming ook ten onrechte jegens hemzelf is uitgesproken. [geïntimeerde] wist van de afspraken die tussen [naam] en [appellanten] waren gemaakt. Boterbloem was al in 2018 verzocht om mee te werken aan een indeplaatsstelling. Nadien is daarover nog veelvuldig gecorrespondeerd. [geïntimeerde] was ermee bekend dat [naam] de indeplaatsstelling frustreerde. [geïntimeerde] is ook ervan op de hoogte gebracht dat het geschil tussen [naam] en [appellanten] vervolgens is opgelost.
de huurderkan vorderen dat hij wordt gemachtigd om die derde als huurder in zijn plaats te stellen (artikel 7:307 lid 1 BW Pro). Een dergelijke vordering is nooit ingediend. Dat mr. Visser in het verleden namens [naam] een verzoek heeft gedaan om mee te werken aan een indeplaatsstelling bij de advocaat van (thans) [geïntimeerde] , zoals ter zitting in hoger beroep nog naar voren gebracht, is te veel in het vage gebleven. Hieromtrent bevindt zich slechts een algemene brief van 6 november 2018 bij de stukken. Evenmin is gebleken, voor zover dat [geïntimeerde] al zou kunnen worden tegengeworpen, dat [appellanten] de door hem gestelde aanspraak op indeplaatsstelling jegens [naam] heeft geprobeerd te materialiseren. De correspondentie aan [geïntimeerde] waarnaar [appellanten] verwijst dateert uit 2018 (genoemde brief van 6 november 2018 van de advocaat van [naam] aan de advocaat van [geïntimeerde] ) en 2019 (enkele e-mailberichten van februari 2019 tussen de advocaat van [appellanten] en de advocaat van [geïntimeerde] ). Uit deze correspondentie kan geen aanspraak van [appellanten] jegens [geïntimeerde] worden afgeleid. Van opvolgend contact hieromtrent is niet gebleken tot de advocaat van [appellanten] op 23 april 2025 per e-mail aan [geïntimeerde] vraagt of zij even kunnen bellen in verband met het gehuurde en schrijft dat het mogelijk interessant is om even met elkaar te overleggen, temeer nu [appellant] en [naam] een regeling hebben die [naam] niet lijkt te gaan nakomen. Dit bericht en de eventuele kennis die [geïntimeerde] van de perikelen tussen [naam] en [appellanten] had, creëren op zichzelf evenmin een aanspraak op het pand van [appellanten] jegens [geïntimeerde] . Een daartoe benodigde aanvullende toelichting ontbreekt. Ter zitting in hoger beroep heeft [appellanten] nog gesteld dat [geïntimeerde] met de acceptatie van de huuropzegging door [naam] heeft geprofiteerd van de wanprestatie van [naam] jegens [appellanten] en [geïntimeerde] daarmee ook jegens [appellanten] misbruik van omstandigheden heeft gemaakt. Wat ook zij van deze (nauwelijks geadstrueerde) stelling, deze grief is te laat ingesteld en zal daarom niet nader worden behandeld. Ook het hof komt derhalve tot het voorlopig oordeel dat [appellanten] zonder recht of titel in het pand verbleef.
grief 5de afwijzing van de vordering van [appellanten] in reconventie. Uit het voorgaande volgt dat ook deze grieven niet slagen. Daarmee falen alle grieven. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. [appellanten] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
5.De beoordeling
grieven 1, 2 en 3komen erop neer dat de voorzieningenrechter bij de beoordeling van de gevorderde schorsing van de executie volgens [appellanten] , gezien zijn belangen, de belangenafweging ten onrechte in het voordeel van Boterbloem heeft laten uitvallen. [appellant] heeft hierbij zijn belang de winkel daadwerkelijk te kunnen gebruiken benadrukt. [appellanten] had de winkel al gekocht en diende enkel nog in de plaats te worden gesteld. [appellanten] heeft zeer veel in de winkel geïnvesteerd en ook goodwill opgebouwd. In het pand zijn goederen aanwezig met monumentale en historische waarde die niet uit het pand mogen worden gehaald. Daarom moest worden voorkomen dat het pand aan een derde ter beschikking zou worden gesteld. Het belang van [geïntimeerde] dat hiertegenover is gesteld, een hogere huurprijs, is niet aanwezig, omdat [appellanten] bereid is een (hogere) huurprijs te voldoen, aldus [appellanten] [appellant] heeft ook bezwaar gemaakt tegen zijn veroordeling in de kosten (
grief6) en ten slotte twee grieven (
grieven 4 en 5) gericht tegen overwegingen ten overvloede van de voorzieningenrechter.
6.De nadere feiten
Ik belde terug vanmiddag, schikt over circa 30 min / 1 uur alsnog?
Oké
Kennelijk vind je opnemen lastig.
Je wilde het voorstel niet op de e-mail zetten anders dan wanneer cliënt erover na wil denken. Daar moest ik over terugbellen. Ik heb je gebeld en je neemt tot twee keer toe niet op.
Nee, ik vind opnemen helemaal niet moeilijk en ik heb een voorstel op de mail gezet, met als deadline 16.00 uur. Los van de discussie over wie wie zou bellen, gold de limiet van 16.00 uur. Uw cliënt had kunnen aanvaarden en ik zie geen aanvaarding