Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:202

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
23-000436-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep invoer vlees beschermde diersoort zonder vergunning

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het zonder vergunning invoeren van ongeveer 2,58 kilogram vlees van de roze vleugelhoorn (Strombus gigas) op 8 juni 2022 te Schiphol. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en stelde vast dat de verdachte niet wist dat het vlees een specimen van een beschermde diersoort betrof, waardoor opzet op het specifieke specimen niet kon worden bewezen.

Het hof achtte het echter wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in strijd met artikel 4 lid 2 van Pro de Basisverordening (EG) nr. 338/97 handelde door het vlees binnen de Europese Gemeenschap te brengen zonder de vereiste vergunning. De verdachte werd vrijgesproken van het opzet op het specifieke specimen, maar wel veroordeeld voor de overtreding van het voorschrift.

De straf bestond uit een geldboete van €100,- waarvan een deel voorwaardelijk werd opgelegd, met een proeftijd van twee jaar, en een dag hechtenis als vervangende straf bij niet-betaling. Tevens werd het in beslag genomen vlees verbeurd verklaard. Het hof nam mee dat de verdachte niet eerder onherroepelijk was veroordeeld en dat naleving van de natuurbeschermingsregels essentieel is voor het behoud van bedreigde diersoorten.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 januari 2026.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot deels voorwaardelijke geldboete en verbeurdverklaring van vlees wegens invoer beschermde diersoort zonder vergunning.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000436-24
datum uitspraak: 27 januari 2026
VERSTEK
Verkort arrest van de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 februari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 96-042512-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1981,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 januari 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 8 juni 2022 te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer, heeft gehandeld in strijd met (een) bij de Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift(en) van (een) EU-verordening(en), te weten artikel 4, lid 1 en/of 2 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97 door, al dan niet opzettelijk, specimen van de in bijlage B bij deze verordening genoemde soorten, te weten een zak bevattende ongeveer 2,65 kilogram bruto (ongeveer 2,58 kilogram netto) vlees van de roze vleugelhoorn (karko), Latijnse benaming Strombus gigas, familie Strombidae, orde Mesogastropoda, in de Gemeenschap binnen te brengen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverwegingen

Vaststaat dat de verdachte zonder vergunning 2,58 kilogram vlees van de roze vleugelhoorn (karko) de Gemeenschap heeft binnengebracht.
De verdachte heeft bij de Douane aangevoerd dat hij niet wist dat hij dit niet mocht invoeren.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van kleurloos opzet en daarmee dat niet vereist is dat de verdachte opzet had op het invoeren van een in bijlage B bij de Basisverordening (EG) nr. 338/97 (hierna: de CITES-basisverordening) genoemde diersoort.
De tenlastelegging houdt, voor zover hier van belang, in dat de verdachte “
opzettelijk, specimen van de in bijlage B bij deze verordening genoemde soorten, te weten een zak bevattende ongeveer 2,65 kilogram bruto (ongeveer 2,58 kilogram netto) vlees van de roze vleugelhoorn (karko), Latijnse benaming Strombus gigas, familie Strombidae, orde Mesogastropoda” de Gemeenschap heeft binnengebracht. Door deze wijze van ten laste leggen strekt het opzet zich naar het oordeel van het hof mede uit tot specimen van de in bijlage B genoemde soort.
Niet is gebleken dat de verdachte wist dat het door hem meegenomen vlees een specimen zoals bedoeld in bijlage B van de CITES-basisverordening bevatte. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de verdachte al dan niet voorwaardelijk opzet had op het binnenbrengen van dit specifieke specimen (zonder invoervergunning). Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het tenlastegelegde opzet.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 8 juni 2022 te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer, heeft gehandeld in strijd met een bij de Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift van een EU-verordening, te weten artikel 4, lid 2 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97 door specimen van de in bijlage B bij deze verordening genoemde soorten, te weten een zak bevattende ongeveer 2,65 kilogram bruto (ongeveer 2,58 kilogram netto) vlees van de roze vleugelhoorn (karko), Latijnse benaming Strombus gigas, familie Strombidae, orde Mesogastropoda, in de Gemeenschap binnen te brengen.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 300,00 subsidiair zes dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd, met dien verstande dat de vervangende hechtenis (thans) drie dagen bedraagt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft vlees van een beschermde diersoort binnen het grondgebied van de Europese Unie gebracht door dit vanuit Curaçao mee te nemen naar Nederland, zonder dat hij over een daartoe vereiste vergunning beschikte. Het invoeren van bedreigde diersoorten is door middel van verdragen en wetgeving gereglementeerd met het oog op de bescherming van deze dieren en een zorgvuldig faunabeheer in het algemeen. Naleving van deze verdragen en wetten is ten behoeve van deze bescherming noodzakelijk.
Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 december 2025 is de verdachte niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten.
Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Beslag

Het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven karkovlees. Het behoort de verdachte toe. De verdachte heeft geen afstand van het vlees gedaan. Het vlees zal worden verbeurd verklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 3.37 van de Wet natuurbescherming (oud), artikel 3.14 van de Regeling natuurbescherming (oud) en artikel 4 en Pro bijlage B van de CITES-basisverordening.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 4 juli 2022 onder CJIB nummer [nummer].
Ten aanzien van het bewezenverklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
2 (twee) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot
€ 100,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
1 (één) dag hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
2,650 Gram bruto / -2,580- kg netto vlees van de Roze Vleugelhoorn (Karko) verpakt in -1- zak. Latijnse benaming: Strombus gigas. Familie: Strombidae. Orde: Mesogastropoda.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. M.J.A. Plaisier en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 januari 2026.
Mr. T.J. Kelder en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.