ECLI:NL:GHAMS:2026:1901

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
200.355.748/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 388 lid 2 RvArt. 398 RvArt. 390 RvArt. 382 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beschikking heropening geding

Appellant was voormalig werknemer van Juice Brothers B.V. en verzocht bij de kantonrechter om heropening van het geding waarin de arbeidsovereenkomst was ontbonden. Dit verzoek werd afgewezen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, maar het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat artikel 388 lid 2 Rv Pro bepaalt dat beslissingen over heropening niet vatbaar zijn voor hoger beroep.

Appellant diende tevens een secundair verzoekschrift in met (loon)vorderingen die niet betrekking hadden op de bestreden beschikking. Deze verzoeken konden niet leiden tot vernietiging van de beschikking en werden eveneens niet-ontvankelijk verklaard. Het hof wees ook het verzoek van appellant af om een nieuwe mondelinge behandeling te gelasten en stukken in te brengen, omdat dit in strijd was met de goede procesorde.

Na afwijzing van het wrakingsverzoek tegen het hof werd de zaak verwezen naar de wrakingskamer. Juice Brothers achtte een schikkingsbespreking niet zinvol. Het hof veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten en sprak de beschikking uit op 14 juli 2026.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beschikking tot afwijzing van het verzoek tot heropening van het geding.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.355.748/01
zaaknummer rechtbank : 11177546 EA VERZ 24-560
beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 juli 2026
inzake
[appellant],
wonende te [plaats] ,
appellant,
advocaat: mr. A.J. Engelsma te Amsterdam,
tegen
JUICE BROTHERS B.V.,
gevestigd te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel,
geïntimeerde,
advocaat: mr. P. le Heux te Amsterdam.
Partijen worden hierna [appellant] en Juice Brothers genoemd.

1.Het geding in hoger beroep

[appellant] heeft zelf per e-mail van 3 maart 2025 bij de griffie van het hof een beroepschrift ingediend tegen de beschikking die de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam op 2 december 2024 onder bovenvermeld zaaknummer heeft gegeven (hierna: de bestreden beschikking).
Na hiertoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft [appellant] via mr. Engelsma op 12 augustus 2025 ter griffie van het hof een beroepschrift B1 met bijbehorend secundair verzoekschrift C3, gedateerd 30 juli 2025, ingediend.
Tevens is ter griffie ingekomen:
- een groene map met daarin stukken die rechtsonder op de pagina zijn genummerd,
pagina’s 1 t/m 348;
- een pakket met stukken A.1 t/m F.3, zonder B;
- een pakket met stukken B.l tot en met C.3.12;
- een pakket met stukken V.1 tot en met V.52.
Op 18 maart 2026 is ter griffie een verweerschrift in hoger beroep van Juice Brothers ingekomen.
Partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 15 april 2026 laten toelichten, [appellant] door mr. Engelsma, mede aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen en Juice Brothers door mr. Le Heux. Nadat de inhoudelijke behandeling van de zaak was afgerond, heeft [appellant] verklaard dat hij het hof wraakt. Daarop is de zitting geschorst en de zaak verwezen naar de wrakingskamer. Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt met daarin opgenomen de door [appellant] opgegeven wrakingsgrond.
Nadat het verzoek tot wraking door de wrakingskamer was afgewezen, heeft [appellant] verzocht om een nadere mondelinge behandeling te bepalen zodat partijen een mogelijke schikking kunnen beproeven en om nadere stukken in het geding te brengen.
Daargelaten dat dit verzoek niet door een advocaat is gedaan maar door [appellant] zelf, acht het hof het opnieuw in het geding brengen van stukken in dit late stadium van de procedure in strijd met de goede procesorde. [appellant] heeft in aanloop naar de mondelinge behandeling voldoende gelegenheid gehad stukken in te brengen. Aan dit verzoek is daarom geen gevolg gegeven. Dat geldt ook voor het verzoek van [appellant] om een nieuwe mondelinge behandeling te gelasten teneinde een schikking te beproeven. Juice Brothers heeft het hof desgevraagd geïnformeerd een schikkingsbespreking niet zinvol te achten en het hof verzocht uitspraak te doen in deze zaak.
Ten slotte heeft het hof uitspraak bepaald op heden.

2.Feiten

[appellant] is in dienst geweest van Juice Brothers. Bij beschikking van 12 januari 2023 (zaaknummer 10151364 EA VERZ 22-619) heeft de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 maart 2023.

3.Het verzoek in eerste aanleg en in hoger beroep

3.1.
[appellant] heeft in eerste aanleg verzocht om de onder 2 vermelde beschikking op grond van de artikelen 390 en 382 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) te herroepen. De kantonrechter heeft bij de bestreden beschikking dat verzoek afgewezen.
3.2.
In hoger beroep heeft [appellant] opnieuw verzocht om de onder 2 vermelde beschikking te herroepen. Daarnaast heeft [appellant] bij zijn hiervoor vermelde secundair verzoekschrift C3 - voor het eerst in hoger beroep - (loon)vorderingen ingediend die niet zien op het dictum van de bestreden beschikking.

4.Beoordeling

De in de aanhef van beroepschrift B1 met bijbehorend secundair verzoekschrift C3 als wederpartij vermelde [naam 1] , [naam 2] en Arbo Vita Groep B.V. waren geen partij in de procedure die tot de bestreden beschikking heeft geleid. Het beroep van Neutboom is daarom ten aanzien van hen niet-ontvankelijk.
Artikel 388 lid 2 Rv Pro bepaalt dat een beslissing inzake heropening van het geding niet vatbaar is voor hoger beroep. Ingevolge artikel 398 Rv Pro staat van een dergelijke beslissing wel cassatieberoep open. Dit laatste brengt met zich dat de uitsluiting van hoger beroep niet kan worden doorbroken op een van de in de rechtspraak daartoe erkende gronden (zie HR 21 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW4896). Het hof zal [appellant] daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.
De overige verzoeken van [appellant] in hoger beroep kunnen niet tot vernietiging van de bestreden beschikking leiden. Ook daarin is [appellant] niet-ontvankelijk.

5.Beslissing

Het hof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Juice Brothers vastgesteld op € 851,00 aan verschotten, op € 2.580,00 voor salaris en op
€ 189,00 voor nasalaris, te vermeerderen met € 98,00 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van deze beschikking plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na deze beschikking dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Bervoets, mr. M.L.D. Akkaya en mr. A.S. Arnold en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.