ECLI:NL:GHAMS:2026:1879

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
23-002552-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis rechtbank voor invoer van 3200 gram cocaïne

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 9 juli 2026 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 28 oktober 2025. De verdachte werd veroordeeld voor het invoeren van 3200 gram cocaïne op Schiphol vanuit Suriname. Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging van de verdachte.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en een strafmaatverweer gevoerd, maar het hof heeft geen aanleiding gezien om af te wijken van het vonnis van de rechtbank. Het hof bevestigt het vonnis en legt een gevangenisstraf van 30 maanden op, met aftrek van de reeds ondergane voorlopige hechtenis.

Daarnaast heeft het hof bepaald dat het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra de duur van de voorlopige hechtenis gelijk is aan de duur van de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Bevestiging vonnis met 30 maanden gevangenisstraf voor invoer van 3200 gram cocaïne

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002552-25
datum uitspraak: 9 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 28 oktober 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-207298-25 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1969,
thans gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Namens de verdachte is vrijspraak bepleit en een strafmaatverweer gevoerd. De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en/of een ander oordeel over de bewezenverklaring en de strafoplegging dan de rechtbank.
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof:
- zal bepalen dat het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte wordt opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur van de ondergane voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de tenuitvoerlegging van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

BESLISSING

Het hof:
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de (tenuitvoerlegging van de) straf.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. B.A.A. Postma en mr. A.C. Bijlsma, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 juli 2026.
=========================================================================
[…]
.