ECLI:NL:GHAMS:2026:1878

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
23-001551-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 322 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken direct bewijs verduistering zes pakketten

De verdachte werd beschuldigd van verduistering van zes pakketten met inhoud die toebehoorden aan zijn werkgever, een bedrijf waarvoor hij als magazijnmanager werkte. De tenlastelegging betrof de periode van 15 augustus 2021 tot en met 29 oktober 2021, waarin verdachte zou hebben gehandeld door goederen die hij anders dan door misdrijf onder zich had, zich wederrechtelijk toe te eigenen.

In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat er geen direct bewijs was dat de verdachte de pakketten met inhoud daadwerkelijk heeft toegeëigend. Uit het onderzoek kon niet worden vastgesteld welke producten de verdachte heeft ingepakt en verzonden, noch dat hij wist dat de verzendingen betrekking hadden op goederen zonder geldige koopovereenkomst of betaling.

Het hof benadrukte dat de verdachte betrokken was bij het inpakken en verzenden van goederen naar een kennis, maar dat dit op zichzelf onvoldoende is om strafrechtelijke aansprakelijkheid voor verduistering vast te stellen. Zonder concreet bewijs dat de verdachte goederen aan een derde heeft toegezonden met het oogmerk deze aan de rechthebbende te onttrekken, kon niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het ten laste gelegde feit was begaan.

Daarom sprak het hof de verdachte vrij en vernietigde het het eerdere vonnis. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 juli 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van direct bewijs voor verduistering.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001551-23
datum uitspraak: 9 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-128265-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (O) op [geboortedag] 1988,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 15 augustus 2021 tot en met 29 oktober 2021 te Amsterdam opzettelijk zes pakketjes met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehoorde aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten magazijn manager, elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat dat het hof de verdachte zal vrijspreken.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van verduistering als bedoeld in artikel 322 van Pro het Wetboek van Strafrecht dient te worden vastgesteld dat de verdachte een goed dat hij anders dan door misdrijf onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep volgt dat het onder meer de taak van de verdachte was om producten in te pakken en te verzenden. Er zijn diverse goederen verzonden naar een kennis van de verdachte, bij welke verzendingen de verdachte betrokken was. Deze omstandigheden rechtvaardigen echter niet zonder meer de conclusie dat de verdachte degene is geweest die de goederen wederrechtelijk heeft toegeëigend dan wel een zodanige bijdrage heeft geleverd dat van strafrechtelijke aansprakelijkheid kan worden gesproken.
Het hof is van oordeel dat direct bewijs voor toe-eigeningshandelingen van (zes) pakketten met inhoud ontbreekt. Uit het onderzoek kan niet worden afgeleid welke producten de verdachte heeft ingepakt en verzonden. Evenmin blijkt uit het onderzoek dat de verdachte wist dat het bij de verzendingen aan de derde ging om producten waaraan geen koopovereenkomst en/of betaling ten grondslag lag. Op grond van de beschikbare bewijsmiddelen kan daarom niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte aan een derde goederen heeft toegezonden met het oogmerk deze goederen aan de rechthebbende te onttrekken of daarover als heer en meester te beschikken. Enig concreet bewijs daarvoor ontbreekt.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De verdachte moet daarom van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. B.A.A. Postma en mr. A.C. Bijlsma, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 juli 2026.
=========================================================================
[…]
.