ECLI:NL:GHAMS:2026:1868

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
23-001221-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dwang tot ontuchtige handelingen in club

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken. De tenlastelegging betrof het met geweld of bedreiging dwingen van de aangeefster tot ontuchtige handelingen in een club in Amsterdam op of omstreeks 29 januari 2023.

Het hof oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte opzettelijk een situatie had veroorzaakt waarin de aangeefster gedwongen werd tot dergelijke handelingen. De vordering van het Openbaar Ministerie tot bevestiging van de straf werd afgewezen.

De benadeelde partij had een schadevergoeding van €1.000,- gevorderd, waarvan €750,- in eerste aanleg was toegewezen. Nu verdachte werd vrijgesproken, werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Beide partijen dragen hun eigen kosten.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 juni 2026. Een van de rechters was verhinderd mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in schadevordering.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001221-24
datum uitspraak: 26 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 mei 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-179970-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 29 januari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, in een Club genaamd [bedrijf] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het meermalen onverhoeds en/of onverwachts betasten van het lichaam, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten door
- dicht tegen/achter die [slachtoffer] aan te gaan staan en/of
- met zijn hand over/langs de (ontblote)buik, althans het lichaam, van die [slachtoffer] te gaan/ te voelen en/of
- met zijn hand (over/langs) de rug en/of de (bovenkant van de) billen van die [slachtoffer] te voelen/aan te raken/ te gaan en/of
- met zijn broek/kruis/geslachtsdeel tegen de billen en/of heupen, althans achterkant van [slachtoffer] aan te duwen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Anders dan de advocaat-generaal vindt het hof dat er onvoldoende wettig en overtuigend steunbewijs aanwezig is dat de verdachte opzettelijk een situatie heeft veroorzaakt waarin de aangeefster werd gedwongen om als ontuchtig aan te merken handelingen te ondergaan. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 750,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. M.J.A. Duker en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. R.C.E. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 juni 2026.
Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]