Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Amsterdam
Appellant en geïntimeerden zijn buren met een geschil over een grondstrook van circa 700 m2 nabij hun kadastrale erfgrens. De kantonrechter had geoordeeld dat geïntimeerden de grondstrook door verkrijgende verjaring hadden verkregen, maar het hof neemt de kadastrale grens als uitgangspunt omdat inbezitneming niet is aangetoond.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat geïntimeerden geen ondubbelzinnig bezit hebben gehad en dat de gronden voor verkrijgende verjaring ontbreken. Het hof stelt vast dat de handelingen van geïntimeerden, zoals onderhoud van bomen en gebruik als speelplek, niet voldoende zijn om bezit aan te tonen. Het plaatsen van het hek was een handeling van appellant, niet van geïntimeerden.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter, wijst de vorderingen van geïntimeerden af en veroordeelt hen tot terugbetaling van door appellant betaalde bedragen. Tevens worden geïntimeerden veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van geïntimeerden af, waarbij de grondstrook eigendom blijft van appellant.