ECLI:NL:GHAMS:2026:1804

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
23-002813-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens intrekking door verdachte

De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 4 december 2024. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 22 mei 2026 heeft de advocaat van de verdachte een akte ingediend waarin het hoger beroep werd ingetrokken. Hierdoor wordt geacht dat de verdachte zijn bezwaren tegen het vonnis heeft ingetrokken.

Het hof heeft vervolgens de vordering van de advocaat-generaal behandeld, die streed tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Omdat de verdachte het hoger beroep niet handhaaft en er geen ander rechtens te respecteren belang is gebleken, verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 22 mei 2026. Een van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking en gebrek aan belang.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002813-24
datum uitspraak: 22 mei 2026
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer
13-287468-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
22 mei 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van het door de verdachte ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 25 maart 2026 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal het door de verdachte ingestelde hoger beroep, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv, niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. P.H.M. Kuster, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
22 mei 2026.
Mr. P.H.M. Kuster is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.