ECLI:NL:GHAMS:2026:18

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
23-003136-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor het aanwezig hebben van grote hoeveelheden cocaïne en amfetamine

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 9 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een veroordeling van de rechtbank Amsterdam. De verdachte was eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar voor het aanwezig hebben van 440 kilogram cocaïne en 310 gram amfetamine. De rechtbank had de verdachte vrijgesproken van een tweede feit, maar het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen deze vrijspraak. Het hof heeft de zaak opnieuw beoordeeld en kwam tot de conclusie dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheden cocaïne en amfetamine, wat in strijd is met de Opiumwet. De verdediging voerde aan dat de verdachte onterecht was veroordeeld, maar het hof oordeelde dat er voldoende bewijs was voor de bewezenverklaring van het derde feit. De verdachte werd vrijgesproken van het eerste feit, maar het hof legde een gevangenisstraf op van 4 jaar en 6 maanden, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn voor de berechting. Het hof weegt de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee in de strafoplegging. De verdachte had eerder ook al een veroordeling voor soortgelijke feiten.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003136-22
datum uitspraak: 9 januari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2022 in de strafzaak onder parketnummer 71-235540-21 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 en 7 november 2025, 9 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal (
hierna: advocaat-generaal) en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van feit 2. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is daarmee ook gericht tegen die vrijspraak. Gelet op artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep tegen feit 2.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover nog aan de orde in hoger beroep, tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 9 juni 2020 te Rotterdam en/of Weert en/of Zwolle en/of een of meerdere (andere) plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 14000 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 1 september 2021 te Barendrecht en/of Heerjansdam en/of een of meer plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 434.660 gram en/of 4050 gram en/of 3010 gram cocaïne en/of 310 gram amfetamine in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of amfetamine, zijnde cocaïne en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank. Omdat hof zich in grote lijnen kan vinden in de overige beslissingen en overwegingen van de rechtbank, zal het hof grote delen van het vonnis overnemen.

Vrijspraak feit 1

Standpunt verdediging
De verdediging heeft betoogd dat de verdachte van feit 1 (zaaksdossier 2) moet worden vrijgesproken. De verdachte heeft verklaard dat de 14 ‘bricks’ waarover in de crypto-communicatie in dit zaaksdossier wordt gesproken gaat over blokken geperste wiet. De verdediging heeft daarbij gewezen op de foto in de crypto-communicatie op pagina 7. Op deze foto staat een blok van een geperste substantie die bruin van kleur is. De bruine kleur wijst op wiet en niet op cocaïne, aldus de verdediging. Nu het vervoeren en afleveren van hennep (wiet) niet ten laste is gelegd, is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor een bewezenverklaring van feit 1.
Standpunt Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1, omdat niet is komen vast te staan dat de verdachte cocaïne heeft vervoerd en afgeleverd, met de onderbouwing dat,
gelet op de foto’s, het bepaald niet is uitgesloten dat het inderdaad om wiet ging en niet om cocaïne.
Oordeel hof
Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat het onder 1 tenlastegelegde niet kan worden bewezen.
De dossierstukken met betrekking tot zaaksdossier 2, waarop het onder 1 tenlastegelegde betrekking heeft, bestaan hoofdzakelijk uit crypto-communicatie (‘14 bricks’) en de verklaring van de verdachte (“het was geperste wiet”).
Het hof oordeelt bij deze stand van zaken dat niet met een voor bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid is vast komen te staan dat de 14 ‘bricks’ die de verdachte heeft vervoerd en afgeleverd bestonden uit cocaïne. Het feit dat ‘bricks’ een veel voorkomende term is bij handel in blokken cocaïne en dat in de bedrijfsruimten van de verdachte honderden kilo’s cocaïne zijn aangetroffen, acht het hof onvoldoende om te kunnen aannemen dat het ook hier om cocaïne ging, terwijl het hof de bruine kleur van de substantie als een contra-indicatie hiervoor beschouwt. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.

Bewijsoverweging feit 3

Het hof acht het onder feit 3 (zaaksdossier 12) tenlastegelegde aanwezig hebben van grote hoeveelheden cocaïne en de aangetroffen hoeveelheid amfetamine bewezen en overweegt hierover het volgende.
Op 1 september 2021 zijn bedrijfspanden en de woning van de verdachte doorzocht. In het bedrijfspand op het adres [adres 1] zijn in totaal 391 blokken aangetroffen. [1] Deze blokken zijn onderzocht, bemonsterd en gewogen en hadden een totaalgewicht van 438,71 kilo, namelijk 387 blokken met een gewicht van totaal 434,66 kilo en 4 blokken met een gewicht van totaal 4.050 gram. [2] Uit onderzoek verricht door het NFI is gebleken dat de blokken cocaïne bevatten. [3]
Het pand op het adres [adres 2] is ook doorzocht door de politie en daar zijn in een Volkswagen Golf in een tas verdovende middelen aangetroffen. [4] Het witte poeder en de brokken zijn onderzocht, bemonsterd en gewogen en hadden een bruto totaalgewicht van 3,1 kilo. [5] Uit onderzoek verricht door het NFI is gebleken dat het cocaïne betrof. [6]
Daarnaast is op het adres [adres 3] een plastic tas aangetroffen met daarin een crèmekleurige pasta. [7] Deze is eveneens onderzocht, gewogen en bemonsterd en had een totaalgewicht van 310 gram. [8] Uit onderzoek van het NFI bleek dat dit amfetamine bevatte. [9]
De verdachte heeft ter terechtzitting bij de rechtbank en in hoger beroep verklaard de eigenaar te zijn van de bedrijfspanden waarin de verdovende middelen zijn aangetroffen en de verantwoordelijkheid daarvan op zich te nemen. [10]
Gelet op deze bevindingen en de verklaring van de verdachte acht het hof bewezen dat de verdachte de verdovende middelen opzettelijk voorhanden heeft gehad. Het hof overweegt daarbij nog dat het ervan uitgaat dat van een eigenaar van panden verwacht mag worden dat hij weet wat er in zijn panden aanwezig is en dat de verdachte niet concreet heeft onderbouwd dat de aangetroffen verdovende middelen van een ander of anderen zouden zijn dan van de verdachte, dan wel dat het daar zonder zijn medeweten was neergelegd. De enkele uitlating daarover van de verdachte volstaat daartoe in elk geval niet.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 1 september 2021 te Barendrecht en/of Heerjansdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 434.660 gram en 4.050 gram en 3.010 gram cocaïne en 310 gram amfetamine, zijnde cocaïne en amfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Hetgeen onder 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden, met aftrek van voorarrest. Anders dan de rechtbank acht de advocaat-generaal het onder feit 1 tenlastegelegde (het vervoeren van 14 kilogram cocaïne) niet bewezen.
De verdachte en zijn raadsman hebben in het kader van de strafoplegging gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft naast omstandigheden in de persoonlijke/familiaire sfeer gewezen op zijn zakelijke belangen bij het voortzetten van zijn bedrijf. Daartoe is aangevoerd dat hij zijn bedrijf opnieuw heeft moeten opbouwen en een forse naheffing van de Belastingsdienst heeft gehad in verband met de onderhavige strafzaak. Voorts kampt de vriendin van de verdachte met gezondheidsproblemen. Hij is om die reden, maar ook omdat hij voor zijn dochter van [leeftijd] zorgt, thuis nodig.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een zeer grote hoeveelheid cocaïne, namelijk 440 kilo, en 310 gram amfetamine. Deze drugs zijn aangetroffen in panden van de verdachte. Gelet op de omvang van de partij kan het niet anders dan dat dit bestemd was voor de (verdere) georganiseerde handel in harddrugs. Het voorhanden hebben van een dergelijk grote partij en de handel in cocaïne en amfetamine betreffen ernstige strafbare feiten, nu deze harddrugs voor de gezondheid schadelijke, verslavende stoffen zijn, met grote nadelige psychische en lichamelijke effecten voor de gebruiker. Het gebruik van en de georganiseerde handel in harddrugs leidt bovendien direct en indirect tot vele andere vormen van criminaliteit en vormt aldus een bron van overlast voor de samenleving. De verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen.
Het hof heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 22 oktober 2025 waaruit volgt dat hij in 2004 is veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor strafbare feiten met betrekking tot de Opiumwet. Deze eerdere veroordeling heeft de verdachte kennelijk niet weerhouden van het zich opnieuw inlaten met strafbare feiten in relatie tot de Opiumwet.
De verdediging heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn zakelijke belangen. Het hof is van oordeel dat, gezien de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf passend en geboden is. Het hof wil de ogen niet sluiten voor de persoonlijke omstandigheden waar het de zorg aan partner of dochter betreft en zijn zakelijke belangen, maar is van oordeel dat gelet op de enorme hoeveelheden harddrugs die de verdachte voorhanden had, geen andere strafoplegging dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Daarbij heeft het hof niet alleen gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, maar ook op het feit dat de verdachte eerder is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf voor overtreding van de Opiumwet. De omstandigheid dat de verdachte in verband met de onderhavige strafzaak een naheffing heeft ontvangen van de Belastingdienst maakt één en ander niet anders.
In deze zaak is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn voor de berechting. Op 1 september 2021 is de verdachte aangehouden en heeft aansluitend voorarrest ondergaan. De voorlopige hechtenis van de verdachte is geschorst op 25 februari 2022. Het vonnis in eerste aanleg is gewezen op 21 november 2022. Het hoger beroep tegen dit vonnis is ingesteld op 28 november 2022. Het hof wijst arrest op 9 januari 2026.
Geconcludeerd moet worden dat in hoger beroep de berechting niet heeft plaatsgevonden binnen 24 maanden en in hoger beroep een overschrijding van de redelijke termijn heeft plaatsgevonden van ruim 13 maanden. Dit dient te leiden tot strafvermindering. Alles afwegende komt het hof in plaats van de geïndiceerde strafoplegging van vijf jaar tot de oplegging van vier jaar en zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest.
Beslag
Blijkens de door de advocaat-generaal overgelegde en zich in het procesdossier bevindende lijst van in beslag genomen voorwerpen van 5 september 2022 zijn onder de verdachte voorwerpen en geldbedragen in beslag genomen.
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep – onder verwijzing naar een email van 31 oktober 2025 aan de griffier van het hof – aangegeven dat de verdachte terug wenst te ontvangen:
- alle geldbedragen;
- het horloge;
- een iPhone en
- een muntenteller.
Beslissingen hof
Het hof beslist over de op de beslaglijst staande voorwerpen en geldbedragen als volgt:
onttrekking aan het verkeer:
  • (27) 100 blokken coke in kliko [685575]
  • (28) 27 blokken drugs (cocaïne) [686928]
  • (29) 8 STK Jerrycan, vermoedelijk afvalstoffen vanuit MDMA productie [685568]
  • (1) [kenteken] , Opel, Combo, grijs (verborgen ruimte) [685531]
  • (16) Doorzichtig zakje verdovende middelen [686072]
  • (17) Paars zakje verdovende middelen [686071]
Het hof is van oordeel dat met betrekking tot deze voorwerpen is voldaan aan de maatstaf voor onttrekking aan het verkeer zoals opgenomen in artikel 36c Sr. Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de bewezenverklaarde feiten begaan en deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Met betrekking tot de inbeslaggenomen Opel Combo met een verborgen ruimte overweegt het hof als volgt. De Opel Combo is aangetroffen tijdens de doorzoeking van één van de drie bedrijfspanden van de verdachte, namelijk van het pand aan de [adres 2] . Bij dit pand is, evenals in de andere twee panden, drugs aangetroffen, namelijk ruim 1 kilo cocaïne in een Volkswagen Golf die daar stond. Het hof is van oordeel dat – gezien de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van cocaïne en amfetamine in de drie panden – dit voorwerp vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer op grond van artikel 36d Sr. Gelet op de verborgen ruimte in de auto en de omstandigheden waaronder deze is aangetroffen was deze auto naar het oordeel van het hof bedoeld voor het vervoeren van verdovende middelen en is daarmee het ongecontroleerde bezit van de auto in strijd met het algemeen belang. De auto is aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane feit en kan dienen tot het begaan van soortgelijke feiten dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.
teruggave aan de verdachte:
  • (20) Geldtelmachine (muntenteller) ST150 (EC203M0068) [685486]
  • (21) ODB2 auto uitlees apparaat in tasje [685486]
  • (22) Verpakkingsmateriaal [686063]
  • (23) Verpakkingsmateriaal [686067]
  • (25) OPPO telefoon incl. lader wit. [685361]
  • (31) iPhone, encryptie telefoon [685560]
  • (2) Geld, 6.000 EUR, 2 stapels bankbiljetten [685355]
  • (3) Geld, 60.060 EUR, 6 stapels 20-eurobiljetten [685356]
  • (4) Geld, 945 EUR, diverse eurobiljetten [685362]
  • (5) Geld, 24.500 EUR, 3x bundels met diverse eurobiljetten [685475]
  • (7) 1 STK Horloge, zwart/groen, merk: Baume & Mercier [685370]
  • (19) Geld, 400 EUR, 80 biljetten van 5 euro [685487]
Deze voorwerpen behoren toe aan de verdachte en staan naar het oordeel van het hof niet in zodanige relatie tot een bewezenverklaard strafbaar feit, dat deze voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 36b, 36c, 36d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur
van 4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • (27) 100 blokken coke in kliko [685575]
  • (28) 27 blokken drugs (cocaïne) [686928]
  • (29) 8 STK Jerrycan, vermoedelijk afvalstoffen vanuit MDMA productie [685568]
  • (1) [kenteken] , Opel, Combo, grijs (verborgen ruimte) [685531]
  • (16) Doorzichtig zakje verdovende middelen [686072]
  • (17) Paars zakje verdovende middelen [686071].
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • (20) Geldtelmachine (muntenteller) ST150 (EC203M0068) [685486]
  • (21) ODB2 auto uitlees apparaat in tasje [685486]
  • (22) Verpakkingsmateriaal [686063]
  • (23) Verpakkingsmateriaal [686067]
  • (25) OPPO telefoon incl. lader wit. [685361]
  • (31) iPhone, encryptie telefoon [685560]
  • (2) Geld, 6.000 EUR, 2 stapels bankbiljetten [685355]
  • (3) Geld, 60.060 EUR, 6 stapels 20-eurobiljetten [685356]
  • (4) Geld, 945 EUR, diverse eurobiljetten [685362]
  • (5) Geld, 24.500 EUR, 3x bundels met diverse eurobiljetten [685475]
  • (7) 1 STK Horloge, zwart/groen, merk: Baume & Mercier [685370]
  • (19) Geld, 400 EUR, 80 biljetten van 5 euro [685487].
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. M.J.A. Plaisier en mr. C. Fetter, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 januari 2026.
Mr. C. Fetter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.[…]
2.[…]
3.[…]
4.[…]
5.[…]
6.[…]
7.[…]
8.[…]
9.[…]
10.[…]