Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
[appellant 3],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
- i) herkomst van de financiering van de koopprijs voor de transactie:
- ii) vijf overboekingen zonder omschrijving van [appellant 2] aan [appellant 3] tussen
- iii) vermoedelijke betrokkenheid van K. El Otmani, de broer van [naam] , die naast [naam] bestuurder was van [appellant 1] van 15 augustus 2022 tot 26 april 2023 en van [appellant 2] van 23 augustus 2022 tot 15 maart 2023;
- iv) overboekingen van [appellant 3] aan [bedrijf 2] tussen 10 maart 2023 en 12 juli 2023 van in totaal € 71.903.79 en aan [bedrijf 2] vanaf 2024.
31 juli 2025 de bankrelaties met [appellanten] per 1 oktober 2025 op grond van artikel 5 lid 3 Wwft Pro en artikel 35 ABV Pro beëindigd. In de brieven is per entiteit van [appellanten] toegelicht dat de vier hiervoor genoemde onderdelen aanleiding hebben gegeven tot beëindiging. [appellanten] zijn daarnaast geregistreerd op de interne Client Acceptance and Anti Money Laundering-lijst van ABN-AMRO (hierna: CAAML-lijst) voor een periode van vijf jaar.
4.Procedure in eerste aanleg
5.Vordering in hoger beroep
€ 4.350.000,- is voldaan en dat de vorderingen alleen daarom al niet toewijsbaar zijn. Grief VI heeft tot doel dat alle stellingen van [appellanten] alsnog worden beoordeeld. Grief VII is de slotsom van alle grieven en is erop gericht dat de vorderingen van [appellanten] alsnog worden toegewezen.
6.Beoordeling
€ 1.290,-(tarief II, 1 punt)