ECLI:NL:GHAMS:2026:1747

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
23-000077-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 247 Sr (oud)Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en een nieuwe beoordeling gegeven. Feit 1, waarbij verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige door het geven van een tik op de billen, is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de handeling seksueel van aard was.

Feit 2, waarbij verdachte een andere minderjarige een tik op de billen gaf en daarbij seksueel getinte opmerkingen maakte, is door het hof wel bewezen verklaard. Het hof oordeelde dat deze handeling, mede door de woorden en het grote leeftijdsverschil, een seksuele strekking had en in strijd was met de sociaal-ethische norm.

De verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één dag en een voorwaardelijke taakstraf van 50 uren met een proeftijd van twee jaar. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het lage recidiverisico en het reclasseringsrapport. Het vonnis is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van feit 1 en veroordeeld voor feit 2 tot 1 dag gevangenisstraf en 50 uur voorwaardelijke taakstraf met proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000077-25
datum uitspraak: 30 juni 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 2 januari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-067914-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1961,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman - naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode tussen 1 januari 2021 en 10 januari 2022 te Den Helder, althans in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 2007, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermaals, althans éénmaal, slaan tegen en/of aanraken van en/of betasten van de bil(len) van voornoemde [slachtoffer 1] ;
2.
hij in of omstreeks de periode tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2022 te Den Helder, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 3] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermaals, althans éénmaal, slaan tegen en/of aanraken van en/of betasten van de bil(len) van voornoemde [slachtoffer 2] , terwijl hij daarbij de woorden voegde: 'Lekker kontje' en/of 'Wat heb je een dikke kont', althans woorden van gelijke aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Juridisch kader

Van een ontuchtige handeling als bedoeld in art. 247 (oud) van het Wetboek van Strafrecht is sprake indien het een handeling betreft van seksuele aard die in strijd is met de geldende sociaal-ethische norm. Indien het naar de uiterlijke verschijningsvorm van de handeling niet reeds duidelijk is dat de handeling seksueel van aard is, komt het aan op een beoordeling van alle omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de bedoeling van de verdachte. De intentie van de verdachte kan in deze gevallen bepalend zijn bij beantwoording van de vraag of diens gedraging aangemerkt moet worden als een handeling van seksuele aard, oftewel als een handeling met een seksuele strekking. Wanneer vastgesteld kan worden dat de handeling seksueel van aard is, rest de vraag of door deze handeling een sociaal-ethische norm is geschonden, waarbij de verhouding tussen de betrokkenen en de context waarin de handeling zich voltrok, een rol kunnen spelen.
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Daartoe is – samengevat – aangevoerd dat de verdachte toegeeft dat hij zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] wel eens een tik op de billen heeft gegeven, maar dat hij daar geen seksuele bedoelingen mee had. Die handelingen zijn dan ook niet als ontuchtig aan te merken.

Vrijspraak feit 1

Hoewel is komen vast te staan dat de verdachte [slachtoffer 1] een tik op haar billen heeft gegeven, is uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gebleken dat daarmee sprake is geweest van een handeling van seksuele aard. Daarbij betrekt het hof dat omtrent de bredere context waarbinnen de handeling heeft plaatsgevonden, onvoldoende kan worden vastgesteld. Meer in het bijzonder kan niet met een voor een bewezenverklaring vereiste voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte de aangeefster een tik op haar kont heeft gegeven
tijdenshet bekijken van een seksfilm. Een en ander brengt het hof tot het oordeel dat ten aanzien van feit 1 het ontuchtige karakter in de zin van art. 247 (oud) van het Wetboek van Strafrecht niet kan worden bewezenverklaard, zodat de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging feit 2

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte [slachtoffer 2] een tik op haar billen heeft gegeven en daarbij heeft gezegd dat zij een lekker kontje, dan wel een dikke kont heeft. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat deze handeling, in samenhang met de toevoeging van de door de verdachte geuite woorden en het grote leeftijdsverschil tussen de verdachte en het jonge slachtoffer, moet worden aangemerkt als een handeling met een seksuele strekking die in strijd is met de geldende sociaal-ethische norm. Naar het oordeel van het hof is daarmee wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 ten laste is gelegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode tussen 1 juli 2021 en 28 december 2021 te Den Helder, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 3] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het slaan tegen en/of aanraken van de billen van voornoemde [slachtoffer 2] , terwijl hij daarbij de woorden voegde: 'Lekker kontje' en/of 'Wat heb je een dikke kont'.
Hetgeen onder 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 3 dagen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft een klap gegeven op de billen van het (toen) twaalfjarige slachtoffer en daarbij gezegd dat zij een ‘lekker kontje’ had en/of “wat heb jij een dikke kont”. Hoewel de verdachte er anders over denkt, heeft de verdachte met zijn handelen de lichamelijke integriteit van het minderjarige slachtoffer aangetast. De wetgever heeft dit feit vanwege de ernst geschaard onder de strafbare feiten waarvoor in beginsel het taakstrafverbod van toepassing is.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 juni 2026 is hij niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.
Verder houdt het hof rekening met het over de verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 29 april 2024. Hieruit komt naar voren dat de kans op recidive laag is, waardoor een behandelaanbod niet is geïndiceerd.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke taakstraf van 50 uren in combinatie met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één dag passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 247 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) dag.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E.J Hofstee, mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Kuvel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 juni 2026.
=========================================================================
[…]