Uitspraak
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft op de gevoegde camerabeelden met als titel '21-105 154-156 Buiten-2023-08-25 17-18-57-330’ op minuut 1.10 en minuut 1.11 waargenomen dat NN2 een vooruitstekend baardje heeft en dat [persoon] en gelijkend baardje heeft. Ter terechtzitting heeft de rechtbank ook waargenomen dat [persoon] langer is dan [verdachte] .”en een aanvullend bewijsmiddel opneemt.
Aanvullend bewijsmiddel
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
9.1.3 Het oordeel van de rechtbank’ over. In aanvulling daarop wijst het hof ook € 1.890,00 aan materiële schade toe voor aanvullende medische kosten voor therapie die de benadeelde partij na de zitting in eerste aanleg heeft gemaakt. De benadeelde partij heeft deze kosten opgenomen in de bijlage bij de vordering tot schadevergoeding als ‘toekomstige reis- parkeerkosten en toekomstige medische kosten’. Het hof leest de bijlage in onderlinge samenhang met de vordering. Daarbij vult het hof aan dat de toewijzing van de immateriële schade is gebaseerd op de derde categorie genoemd in art. 6:106 onder Pro b van het Burgerlijk Wetboek, dat wil zeggen indien de benadeelde op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat in dit geval aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen zonder dat in rechte is komen vast te staan welke concrete gevolgen de benadeelde heeft ondervonden van de normschending, nu de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen (vgl. HR 2 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:822). Op grond van de omstandigheid dat aangenomen kan worden dat de benadeelde partij door de gebeurtenis geestelijk letsel heeft opgelopen en kampt met paniekaanvallen, en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot het hof de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op een bedrag van
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
9.2.3 Het oordeel van de rechtbank’ over. In aanvulling daarop wijst het hof ook € 105,00 aan materiële schade toe voor aanvullende medische kosten voor therapie die de benadeelde partij na de zitting in eerste aanleg heeft gemaakt. De benadeelde partij heeft deze kosten opgenomen in de bijlage bij de vordering tot schadevergoeding als ‘toekomstige reis- parkeerkosten en toekomstige medische kosten’. Het hof leest de bijlage in onderlinge samenhang met de vordering. Daarbij vult het hof aan dat de toewijzing van de immateriële schade is gebaseerd op de derde categorie genoemd in art. 6:106 onder Pro b van het Burgerlijk Wetboek, dat wil zeggen indien de benadeelde op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat in dit geval aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen zonder dat in rechte is komen vast te staan welke concrete gevolgen de benadeelde heeft ondervonden van de normschending, nu de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen (vgl. HR 2 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:822). Op grond van de omstandigheid dat aangenomen kan worden dat de benadeelde partij door de gebeurtenis geestelijk letsel heeft opgelopen en kampt met paniekaanvallen, en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot het hof de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op een bedrag van € 5.000,00. Voor het meerdere zal het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
58 (achtenvijftig) maanden.
€ 30.973,73 (dertigduizend negenhonderddrieënzeventig euro en drieënzeventig cent) bestaande uit € 25.973,73 (vijfentwintigduizend negenhonderddrieënzeventig euro en drieënzeventig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€3.642,00 (drieduizend zeshonderdtweeënveertig euro).
€ 22.552,88 (tweeëntwintigduizend vijfhonderdtweeënvijftig euro en achtentachtig cent) bestaande uit € 17.552,88 (zeventienduizend vijfhonderdtweeënvijftig euro en achtentachtig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€3.642,00 (drieduizend zeshonderdtweeënveertig euro).