Uitspraak
Onderzoek van de zaak
19 december 2024, 11 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Standpunten van partijen
het hof begrijpt: de verdachte), waar hij
dagelijksuit zijn kas haalt en dan mee naar huis neemt, dat hij dit geld heeft opgespaard en dat er nog ongeveer € 9.000,00 thuis lag. Later heeft de verdachte verklaard dat hij
wekelijksgeld uit zijn kas haalde en dat mee naar huis nam. In totaal is bij de verdachte een bedrag aan contant geld van € 71.630,00 aangetroffen: € 11.630,00 in zijn handbagage, € 45.000,00 in een papieren zak in de ruimbagage en € 15.000,00 in een bruine envelop in de ruimbagage. Bij de aangetroffen geldbiljetten waren 64 biljetten van € 500,00. [2] Deze € 500,00 biljetten waren volgens de verdachte door hem in 2015 bij de bank besteld en hadden bij hem thuis gelegen. De verdachte had ongeveer zeven maanden eerder, op 14 augustus 2018, een proces-verbaal gekregen van de douane omdat hij wilde uitreizen met een bedrag van € 12.795,00 naar Turkije. [3]
15 april 2019 bij de FIOD binnengekomen waarin over de herkomst van het aangetroffen geld (in afwijking van zijn eerdere verklaringen) is vermeld dat na de verkoop van de woning van de verdachte op 28 januari 2015 een bedrag van € 62.573,74 is overgeboekt naar zijn bankrekening. Hiervan zou een deel zijn overgeboekt naar zijn spaarrekening en een deel contant zijn opgenomen op verschillende data. Voor een ander deel (€ 40.000,00) is het geld afkomstig van de opname uit de zakelijke kas van zijn onderneming. De verdachte verwijst onder meer naar de meegezonden jaarrekening 2018 en de ingediende aangiften omzetbelasting over 2017 en 2018. Verder zijn meegestuurd de kasstaten over januari tot en met maart 2019, de aangifte omzetbelasting over het 1ste kwartaal 2019, een suppletie aangifte omzetbelasting over 2017 en een suppletie aangifte omzetbelasting over 2018. Op een van [bedrijf 2] , de boekhouder van de verdachte, afkomstige kasstaat van maart 2019 is vermeld dat op 10 maart 2019 een privé-opname heeft plaatsgevonden van € 40.000,00. [16] Op het kasstaatblad met daarop bovengenoemde opname is de aantekening geplaatst ‘conform beginbalans 12/4/2019’, dat wil zeggen: ruim een maand na de inbeslagname van € 71.630,00.
1 januari 2017 geen contant geld aanwezig had. Dat het geld gedurende meer dan vier jaren in de woning van de verdachte heeft gelegen, is daarom evenmin aannemelijk geworden. Het gerechtvaardigde vermoeden van witwassen is, gelet op het onderzoek dat is gedaan naar aanleiding van het aantreffen van het geldbedrag op 11 maart 2019 en de verklaring van de verdachte, niet weerlegd.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen
Beslag
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
25 juni 2026.