Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
14 juli 2025 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 16 april 2025 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, (hierna: de kantonrechter), onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [geïntimeerde] als eiser in het verzet en de VvE als gedaagde in het verzet (hierna: het bestreden vonnis).
3.Feiten
Artikel 40(…)
[camping]” ondergesplitst in appartementsrechten. [geïntimeerde] is rechthebbende op een vijftal appartementsrechten en is van rechtswege lid van de VvE.
vergadering van 22 april 2024:
Notulen(…)
8.Mandaat proceskosten
(…)
8.Mandaat proceskosten
vergadering van 14 april 2025:
Notulen(…)
8.Mandaat proceskosten
8.Mandaat proceskosten
vergadering 13 oktober 2025:
3. Mededelingen
Op advies van de advocaat meldt de voorzitter dat de/het VvE-(bestuur) een proces voert tegen de heer [geïntimeerde] en het mandaat proceskosten is om die reden gevraagd aan de ALV.”
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Procedure in hoger beroep
6.Beoordeling
naming and shamingte doen. Daarom is de naam van [geïntimeerde] niet in de notulen/besluitenlijsten van de eerste twee vergaderingen genoemd, hoewel alle eigenaars weten om wie het gaat. Blijkens de notulen van de laatste vergadering van eigenaars is de naam van [geïntimeerde] expliciet genoemd en is meegedeeld dat de VvE een procedure tegen hem voert. Volgens de VvE is hiermee duidelijk dat het eerder gevraagde mandaat voor proceskosten dus ziet op de procedure tegen [geïntimeerde] .
13 oktober 2025 volgt dat toen enkel is medegedeeld dat de VvE een proces voert tegen [geïntimeerde] en dat het mandaat proceskosten om die reden is gevraagd. Op deze vergadering is geen machtiging gevraagd om hoger beroep te mogen instellen tegen het bestreden vonnis. De VvE heeft dit ter zitting in hoger beroep desgevraagd bevestigd. Evenmin is gebleken dat er voorafgaand aan het bestreden vonnis al een machtiging was verleend voor het instellen van deze rechtszaak (inclusief hoger beroep). Daartoe overweegt het hof als volgt.
14 april 2025. Tijdens die vergadering is wederom besloten tot de verlening van een mandaat proceskosten. Ook hier blijkt niet uit de notulen (inclusief toelichting van de voorzitter)
– waarnaar de VvE verwijst – dat de mandaatverlening ziet op het instellen van de onderhavige procedure tegen [geïntimeerde] .
€ 1.824,--(tarief I, 2 punten)