Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
- Aangifte IB;
- Inzicht in geldstroom inzake verkochte buitenlandse onderneming;
- Kopie verkoopcontract onderneming;
- Onderbouwing geldstroom (waar komen de middelen vandaan, waar staan die middelen nu en wat staat daar nog meer?)
betaald kan worden (…).
[naam 1] [hof: [naam 1] ]
is actief in het organiseren van een financieringsfonds via een PPP programma voor investeringen in duurzame bouwprojecten, groene energie en in duurzame voedsel productie. Een van de activiteiten zal worden het ontwikkelen en bouwen van duurzame kasprojecten. Dit wordt ondergebracht in (…) Saxonia S.a.rl.. (hierna “SAX” genoemd). (…)
in SAX gedaan van 200.000 euro voor 6 januari 2012
SAX zal deze gelden gebruiken voor de verwerving van patentrechten, welke thans in het bezit zijn van de naar Nederlands recht opgerichte vennootschap [bedrijf 3] Hiervoor zal een achtergestelde lening worden aangeboden aan [bedrijf 3] vanuit SAX. (…) Nadat deze lening is verstrekt zal [bedrijf 3] haar patentrechten overdragen aan SAX. (…)
Als tegenprestatie voor deze investering zal SAX:
“voor een nader op te richten onderneming”. [naam 1] heeft daarbij mede ondertekend namens Saxonia. [bedrijf 1] heeft het geld in delen via een vennootschap, [bedrijf 4] . (hierna: [bedrijf 4] ), overgemaakt aan [naam 1] , te weten een bedrag van € 150.000 op 31 juli 2012, een bedrag van € 100.000 op 9 augustus 2012 en een bedrag van € 100.000 op 15 augustus 2012, telkens onder vermelding van
“Spoedopdracht Saxonia”.[naam 3] is enig aandeelhouder-bestuurder van [bedrijf 4] .
bij meerdere investeerders aan op een snelle betaling en de rechtbank herkent hierin een patroon (…).
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling
“voor een nader op te richten onderneming”. Verder is de verwijzing naar de in de jaarrekening 2012 van [bedrijf 1] opgenomen vorderingen van de vennootschap in rekening-courant op [appellant] en [appellant] B.V. en een vordering op
“Nieuwe B.V.’s”onvoldoende. Tot slot heeft [appellant] ook de verhouding tussen de toename van de vorderingen in 2012 met een bedrag van € 296.501 en het bedrag van € 350.000 niet voldoende toegelicht. Op deze punten onderschrijft het hof het oordeel van de rechtbank. [appellant] heeft in hoger beroep geen nieuwe argumenten naar voren gebracht en heeft slechts verwezen heeft naar de bij de rechtbank overgelegde producties.
“Tijdens het gesprek heb ik het gevoel gekregen dat zijn miljoenenprojecten een wassen neus is (…) [naam 1] heeft ordergrootten genoemd van honderden miljoenen en zou daar op korte termijn (dit jaar nog) tientallen miljoenen aan verdienen en omgaan met de rijken der aarde. Ik acht deze niet onderbouwde verhalen volkomen ongeloofwaardig en dat heb ik aan de klant ook verteld. Hierop reageerde hij gelaten. Ik kreeg de indruk dat hij zich als bedrieger ontmaskerd voelde. Hij liegt, draait en wordt niet concreet. Er is geen aantoonbare ervaring of trackrecord.”Uiteindelijk hebben deze ernstige twijfels en het gebrek aan vertrouwen in de persoon van [naam 1] er (mede) toe geleid dat Rabobank bij de hiervoor onder 3.4 genoemde brief van 8 april 2011 de lopende, persoonlijk en zakelijke financieringen van [naam 1] / [bedrijf 3] heeft opgezegd. Het hof stelt dan ook vast dat Rabobank al sinds april 2011 geen vertrouwen meer had in [naam 1] en zijn zakelijke projecten, en daarbij in het bijzonder de door hem vertelde verhalen over (de projecten van) zijn onderneming ongeloofwaardig achtte. Rabobank heeft hier bovendien, in haar aangifte in 2015, zelf over verklaard dat zij vanwege deze vertrouwensbreuk per direct afscheid wilde nemen van [naam 1] als klant.
Financiële prognoses en andere door u geschetste verwachtingen waarop de verstrekking van financieringen destijds is gebaseerd zijn verre van uitgekomen (…) De bank maakt zich zorgen over het continuïteitsperspectief van uw onderneming gezien het door u verwachte liquiditeitstekort en het ontbreken van mogelijkheden tot financiering hiervan. De bank heeft gegronde vrees dat u uw verplichtingen jegens de bank niet zult kunnen nakomen. De bank acht de door u geschetste ontwikkeling van de onderneming ongeloofwaardig, temeer daar u die niet wil en kunt onderbouwen”.
“Gezien de strakke planning (publicatie van de veiling) zal een en ander wel snel moeten, liefst vandaag of morgen (maandag en dinsdag ben ik niet bereikbaar)”.Onder die omstandigheden lag het op de weg van Rabobank om nader onderzoek te doen (informatie in te winnen) en zich ervan te vergewissen op welke wijze de door [naam 1] toegezegde gelden waren verkregen en welke geldstromen daaraan ten grondslag lagen.
€ 6.612,50(tarief VI, 2½ punten)
€ 11.767,50(tarief VI, 2½ punten)