De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 24 december 2023 in [plaats 2] zonder geldig rijbewijs een bromfiets bestuurde. In eerste aanleg werd hij veroordeeld, maar hij ging in hoger beroep tegen dit vonnis.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 4 juni 2026 heeft het hof het proces-verbaal en het verhoor van de verbalisant beoordeeld. Het proces-verbaal bleek summier en bevatte te veel onduidelijkheden, waardoor het hof niet met de vereiste mate van zekerheid kon vaststellen dat de verdachte daadwerkelijk de bromfiets bestuurde.
De verdediging ontkende het rijden en het hof vond dat het bewijs onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en sprak de verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 juni 2026.