Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1639

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
23-000236-26
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 SvArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis kinderrechter met niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vrijspraak

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland, gewezen op 22 januari 2026. De zaak betrof meerdere strafzaken waarin verdachte werd verdacht van diefstal en andere feiten. De verdachte was door de kinderrechter vrijgesproken van een van de tenlastegelegde feiten (zaak D onder 3).

Het hof oordeelde dat hoger beroep tegen een vrijspraak niet mogelijk is op grond van artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering en verklaarde de verdachte daarom niet-ontvankelijk voor dat onderdeel van het hoger beroep. Voor de overige tenlastegelegde feiten bevestigde het hof het vonnis van de kinderrechter, met enkele verbeteringen in de kwalificaties, waaronder het toevoegen van artikel 57 Sr Pro aan de toegepaste wetsartikelen.

De advocaat-generaal had gevorderd dat verdachte veroordeeld zou worden tot dezelfde straf als door de kinderrechter opgelegd. Het hof nam dit over en stelde dat de gebruikte bewijsmiddelen nader uitgewerkt zullen worden indien cassatie wordt ingesteld. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen vrijspraak en vonnis van de kinderrechter bevestigd met verbeterde kwalificaties.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000236-26
datum uitspraak: 18 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 januari 2026 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-105499-25 (zaak A), 15-041649-25 (zaak B), 15-095607-25 (zaak C), 15-095619-25 (zaak D), 15-188334-25 (zaak E), 15-205569-25 (zaak F) en 15-218456-25 (zaak G), alsmede 15-356265-24 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007,
adres: [adres] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de kinderrechter vrijgesproken van wat aan hem in zaak D onder 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep van de verdachte is niet beperkt en is daarom ook gericht tegen deze beslissing tot vrijspraak. Gelet op artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering is hoger beroep tegen een vrijspraak niet mogelijk. Het hof zal de verdachte om die reden niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep tegen dit feit.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de kinderrechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof:
- de door de kinderrechter gegeven kwalificatie ten aanzien van het in zaak A onder 1, zaak D onder 1 en 2 primair en zaak F onder 1 bewezenverklaarde verbeterd leest als:
telkens: diefstal;
-de door de kinderrechter gegeven kwalificatie ten aanzien van het in zaak C onder 1, zaak E onder 2 en 3 en zaak F onder 2 bewezenverklaarde verbeterd leest als
telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen;
- artikel 57 van Pro het Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de toegepaste wetsartikelen;
- de door de kinderrechter gebruikte bewijsmiddelen zal uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld in een op te maken aanvulling op dit arrest.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-095619-25 onder 3 tenlastegelegde.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. C.J. van der Wilt en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 juni 2026.
=========================================================================
[…]