Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2], h.o.d.n. [geïntimeerde 2] ,
[geïntimeerde 3], h.o.d.n. [geïntimeerde 3] ,
[geïntimeerde 4]en
[geïntimeerde 5], h.o.d.n. [geïntimeerde 5] ,
[geïntimeerde 6], h.o.d.n. [geïntimeerde 6] ,
[geïntimeerde 7], h.o.d.n. [geïntimeerde 7] ,
[geïntimeerde 8] ,
1.De zaak in het kort
2.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Het geschil in eerste aanleg
I. voor recht te verklaren dat voor de periodes dat de CAO Taxivervoer algemeen verbindend verklaard is (geweest), de arbeidsvoorwaarden van deze CAO van toepassing zijn op de chauffeurs die zich in persoon jegens [appellant] hebben verbonden om personen met een personenauto te vervoeren over de weg;II. [appellant] te veroordelen om over de periodes dat de CAO Taxivervoer algemeen verbindend verklaard is (geweest), deze integraal na te leven jegens de onder I bedoelde chauffeurs die haar daarom verzoeken en het (achterstallige) salaris te voldoen waarop zij ingevolge deze CAO recht hebben onder overlegging van een deugdelijke specificatie voor iedere maand waarin de chauffeur voor [appellant] werkzaam is geweest;III. meer specifiek, [appellant] te veroordelen om aan ieder van de onder I genoemde chauffeurs die haar daarom vraagt en haar daartoe de ingevolge de ANWB module autokosten berekenen benodigde gegevens heeft verstrekt, onder overlegging van een deugdelijke specificatie aan iedere chauffeur, voor de periode dat de CAO algemeen verbindend is/was verklaard en hij voor [appellant] werkzaam is (geweest) een loon te voldoen overeenkomstig de CAO Taxivervoer, hetgeen betekent dat [appellant] de betreffende chauffeur voor de tijd dat hij tijdens de algemeen verbindend verklaring van de CAO Taxivervoer met zijn chauffeursapp ingelogd is geweest, hem met terugwerkende kracht en berekend per maand, het ingevolge deze CAO verschuldigde uurloon (incl. vakantietoeslag, opslag van 9,7% voor niet genoten vakantiedagen en een toeslag van 20% over de overuren) voldoet, onder verrekening van hetgeen [appellant] de betreffende chauffeur reeds heeft betaald voor de in die tijd uitgevoerde ritten voor zover die gedane betaling de door de chauffeur gemaakte vaste en variabele kosten van de ten behoeve van [appellant] gereden kilometers overtreft. Voor deze nabetaling dienen de door de chauffeur gemaakte vaste en variabele kosten per kilometer te worden berekend volgens de ANWB module ‘autokosten berekenen’.Uitsluitend voor het geval geoordeeld zou worden dat de procedure verwezen of aangehouden zou moeten worden omdat dit deel aangemerkt moet worden als een vordering ex artikel 3:305a BW, wil [geïntimeerde 8] geacht worden dit deel van de vordering niet te handhaven om te voorkomen dat door verwijzing of aanhouding de procedure vertraagd wordt;IV. [appellant] te veroordelen tot betaling aan de chauffeurs van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro over de onder II en III bedoelde nabetaling;V. [appellant] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente aan de chauffeurs, te berekenen over het ingevolge II en III verschuldigde vanaf de vervaldata tot aan de datum van voldoening;VI. [appellant] te veroordelen tot betaling van een dwangsom aan [geïntimeerde 8] van € 10.000,00 per dag voor iedere chauffeur die, na een verzoek als hiervoor onder II en/of III bedoeld, niet binnen veertien dagen na dat verzoek een correcte en per maand gespecificeerde nabetaling heeft ontvangen;VII. [appellant] te veroordelen tot betaling aan [geïntimeerde 8] van € 500.000,00, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te betalen bedrag aan schadevergoeding;VIII. [appellant] te veroordelen in de kosten van de procedure.”
5.De verdere beoordelingStandpunten in hoger beroep
Deliveroo-arrest genoemde omstandigheden (i) t/m (ix). Ook heeft het hof overwogen dat niet is gebleken van andere omstandigheden die voor de kwalificatie van belang zouden kunnen zijn (rov. 5.5). Het (algemene) oordeel van het hof over toepassing van die omstandigheden komt erop neer dat de elementen die bijdragen aan de kwalificatie ‘arbeidsovereenkomst’ zwaarder wegen dan de elementen die daarvoor een contra-indicatie vormen. Mede vanwege het (voor het eerst in hoger beroep) door de Chauffeurs gevoerde gemotiveerde verweer dat zij echte ondernemers zijn, heeft het hof zich voor de vraag gesteld gezien of hun ondernemerschap (omstandigheid (ix)) de balans wellicht kan doen omslaan. Het hof heeft opgemerkt dat het onwenselijk zou zijn als de overeenkomst van chauffeurs die precies hetzelfde werk doen in het ene geval wel en in het andere geval niet als arbeidsovereenkomst kwalificeert en het voornemen geuit over gezichtspunt (ix), ‘ondernemerschap’, prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad (rov. 5.6 en 5.7).
Deliveroo-arrest geen rangorde heeft willen aanbrengen in de daarin genoemde omstandigheden en dat omstandigheid (ix) (of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen) niet als zodanig van ander gewicht is dan de andere omstandigheden (rov. 3.3). Volgens de Hoge Raad valt daarom niet uit te sluiten dat het bij de kwalificatie verschil maakt of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen (rov. 3.4), kan het zich voordoen dat de arbeidsrelatie van de werkende die dat doet anders te kwalificeren valt dan ten aanzien van andere werkenden (rov. 3.5) en ziet de beoordeling of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen ook op omstandigheden die zich niet in de door de te kwalificeren overeenkomst beheerste verhouding voordoen (rov. 3.6).
het volgende overwogen:
“Een redelijke uitleg van art. 3 lid 2 Wet Pro AVV brengt mee dat de daar bedoelde werkgevers- en werknemersverenigingen ook de nietigheid kunnen inroepen van bedingen in een overeenkomst die een werkgever en een werknemer ten onrechte niet beschouwen als een arbeidsovereenkomst, en dat zij nakoming kunnen vorderen van de algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen die op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijn.” (rov. 3.7.2);
en;
”(rov. 3.7.4).
“M.i. luidt het antwoord op deze aldus geherformuleerde vraag bevestigend. Zo nodig kan de rechter bij een toewijzing van de nakomingsvordering via het
“kunnen”-aspect uit
CNV/Pennwalt(zie onder 13.11 e.v.), in het dictum tot uitdrukking brengen dat het gebod tot nakoming van de avv-cao beperkt is tot een
specifieke groepwerkenden. Zo zou het hof in het dictum kunnen opnemen dat de vordering van [geïntimeerde 8] toewijsbaar is
voor zover sprake is van werknemers.Hoe dan ook is er geen aanleiding om [geïntimeerde 8] in haar vordering tot naleving van de avv-cao
niet-ontvankelijkte verklaren, zoals [appellant] en de Chauffeurs bepleiten.”
Zijn alle chauffeurs werknemers?5.12. De eerste vraag die door het hof zal moeten worden beantwoord, is of alle [appellant] -chauffeurs werknemer zijn, en dus werken op basis van een arbeidsovereenkomst. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend en overweegt daartoe het volgende.
Deliveroo-arrest genoemde omstandigheden (‘Van belang … commercieel risico’) ertoe leiden dat de elementen die bijdragen aan de kwalificatie ‘arbeidsovereenkomst’ zwaarder wegen dan de elementen die daarvoor een contra-indicatie vormen. Ook is overwogen:
“Het ondernemerschap van de Chauffeurs en de overige chauffeurs zou die balans wellicht kunnen doen omslaan. Dat de Chauffeurs ondernemer zijn is immers gebleken; of alle dan wel een deel van de overige chauffeurs ondernemer zijn, is minder duidelijk geworden.” Het hof heeft in rov. 5.6 voorts overwogen dat de Chauffeurs alle ‘echte’ ondernemers zijn en dat dat door [geïntimeerde 8] niet is betwist. Anders dan door [geïntimeerde 8] is betoogd, is het hof van oordeel dat het ondernemerschap, ondanks de aanwezigheid van elementen die wijzen op een arbeidsovereenkomst, zo zwaar weegt dat dat de balans kan doen omslaan naar ‘geen arbeidsovereenkomst’, een en ander zoals het hof onder 5.6 van het eerste tussenarrest heeft overwogen. De in het
Deliveroo-arrest genoemde negen omstandigheden - aangevuld met eventuele andere omstandigheden waarvan in casu niet is gebleken, zoals reeds is overwogen in het eerste tussenarrest onder 5.5.8 - zullen immers in hun totaliteit moeten worden gewogen. Van belang is daarbij dan in welke mate ondernemerschap aanwezig is.
€ 48.320,- op een netto omzet van € 92.376,- (52%), in 2020 € 30.228,- op een netto omzet van € 45.627,- (66%) en in 2021 € 37.515,- op een netto omzet van € 67.324,- (55%). Gedurende de coronaperiode ontving hij financiële ondersteuning uit hoofde van de voor ondernemers bestemde TVL-regeling. [naam 1] deelt visitekaartjes uit om klanten te kunnen werven.
[naam 4][naam 4] was in 2022 [leeftijd 1] en is sinds 2017 onder de naam [geïntimeerde 7] actief in de regio’s Den Bosch en Eindhoven. [naam 4] werft daar zijn ritten via [appellant] als ook via de taxiveilingwebsite Sneleentaxi.nl. Ook heeft hij een eigen - zich uitbreidende - klantenkring. Bij het wel of niet accepteren van ritten houdt [naam 4] rekening met de aanrijdtijd, een risicospreiding wat betreft aanbieders alsmede met het tijdstip van betaling. [naam 4] heeft inzicht gegeven in de door hem gepleegde acquisitie. Zijn autokosten bedroegen in 2017 € 4.088,- op een omzet (baten) van € 7.439,-; in 2018 bedroegen de auto- en verkoopkosten (waaronder afdracht aan [appellant] ) € 26.450,- op een omzet van € 54.865,-; in 2019 € 23.390,- op een omzet van € 54.177,- en in 2020 € 13.953,- op een omzet van € 37.196,-. [naam 4] ontving in de coronaperiode een TVL-uitkering. Hij wordt door de belastingdienst als ondernemer in de zin van de omzetbelasting aangemerkt. [naam 4] beschouwt zich als een gelijkwaardige partner van [appellant] . Op verzoek van [naam 4] heeft [appellant] de minimumtarieven in de regio Noord-Brabant aangepast. [naam 4] heeft de jaarrekeningen over 2026 - 2019 overgelegd. Daaruit blijkt dat hij aanzienlijke investeringen heeft gedaan en dat hij zelf verantwoordelijk is voor alle kosten die hij maakt, waaronder de auto- en verzekeringskosten.
Deliveroo-arrest moeten alle tegen deze achtergrond worden bezien. Anders dan [geïntimeerde 8] doet voorkomen, heeft het hof in zijn eerste tussenarrest niet voor alle chauffeurs een definitief en compleet oordeel gegeven met betrekking tot de gezichtspunten (i) t/m (viii). Het hof heeft in rov. 5.5 slechts in zijn algemeenheid overwogen:
- dat de gezichtspunten (iii) inbedding van werk en werker, (v) wijze totstandkoming contract, en (vi t/m viii) beloning en commercieel risico, duiden op een arbeidsovereenkomst;
Grote variatie in appgebruik en verdiensten [appellant] -chauffeurs’ betoogd - en dit tijdens de mondelinge behandeling van 31 oktober 2025 aan de hand van een spreidingsdiagram nader toegelicht - dat de verdiensten van de Chauffeurs hoger liggen dan die in loondienst. Omdat [geïntimeerde 8] dit onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken, gaat het hof in ieder geval voor de Chauffeurs uit van de juistheid van die stelling. In individuele gevallen kan dit voor [appellant] -chauffeurs anders liggen.
- Algemeen directeur [naam 30] van [bedrijf 6] Schiphol heeft verklaard (productie 47 [geïntimeerde 8] in EA): “
Zowel TTO’s als [appellant] hebben geen chauffeurs in loondienst, maar bedienen taxichauffeurs in de branche. Dit zijn van oudsher zelfstandig opererende taxiondernemers.” en voorts: “
Veel chauffeurs hebben overigens een account bij meerdere partijen. Chauffeurs die bij ons zijn aangesloten hebben vaak ook een account bij [appellant] , [bedrijf 4] of een ander platform. Chauffeurs die alleen een account bij [appellant] of [bedrijf 4] of een ander platform hebben of alleen vanaf Schiphol rijden maken geen optimaal gebruik van de mogelijkheden als ondernemer.”
- [appellant] heeft als productie 51 in EA een overzicht van chauffeursprofielen ingebracht - dat door [geïntimeerde 8] niet is betwist - waarin de acceptatiegraad van ritten is afgezet tegen het gemiddeld aantal online uren per week. Uit dit overzicht blijkt dat de gemiddelde acceptatiegraad ruim boven 50% ligt, maar dat een hoge acceptatiegraad (boven 75%) zowel veel voorkomt bij chauffeurs die een gering aantal uren per week online zijn (minder dan 20) als bij chauffeurs die veel online zijn (boven 20).
- Uit het rapport Verdieping Taxi Enquêteresultaten mei 2019 van de Gemeente [plaats 1] (productie 2, CvA) blijkt dat van de chauffeurs in de opstapmarkt 95% meer dan 26 uur per week werkt (waarvan 65% meer dan 40 uur) en van de bestelmarkt 91% meer dan 26 uur (waarvan 52% meer dan 40 uur). Van alle (in totaal 936) chauffeurs krijgt 58% (dat zijn er 547) klanten via de app. Van deze 547 chauffeurs die klanten via de app krijgen, maakt 59% gebruik van de app van [appellant] , 18% van [bedrijf 5] , 13% van Viavan en 14% van vijf andere.
- Uit het [naam 32] -rapport (productie 58 MvG [appellant] ) blijkt dat 12% van de chauffeurs meldt 26 tot 32 uur gemiddeld per week taxi te rijden, 21% 33 tot 39 uur en 55% meer dan 40 uur per week. In het [naam 32] -rapport staat dat 55% van de chauffeurs melden naast hun werk voor [appellant] ook via andere apps aan taxiklanten te komen. Van die [appellant] chauffeurs meldt 37% via andere kanalen aan klanten te komen, 20% via een taxibedrijf in het doelgroepenvervoer, 52% via het eigen netwerk en 36% via WhatsApp-groepen.