ECLI:NL:GHAMS:2026:1604

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
200.356.102/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:121 BWArt. 29a lid 3 RvArtikel 53 lid 5 Modelreglement bij de Akte van splitsing
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

VvE niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ontbreken procesmachtiging bestuur

De VvE heeft in eerste aanleg een vervangende machtiging gekregen om werkzaamheden te laten uitvoeren, maar stelde hoger beroep in tegen deze beschikking. Het hof beoordeelde de ontvankelijkheid van de VvE in het hoger beroep en concludeerde dat de vereiste procesmachtiging van het bestuur ontbrak. Hoewel e-mails werden overgelegd, ontbrak een deugdelijke besluitvorming in een vergadering van eigenaars.

De VvE voerde aan dat zij geen machtiging nodig had omdat het hoger beroep een voortzetting was van de procedure in eerste aanleg, waarin zij verweer voerde. Het hof verwierp deze uitleg omdat artikel 53 lid 5 van Pro het Modelreglement dit niet ondersteunt en een te ruime interpretatie zou zijn.

Daarom werd de VvE niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De stelling dat de VvE aanvankelijk onvolledig had gefourneerd werd niet behandeld, noch de inhoudelijke behandeling van de zaak. De VvE werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op € 2.942,00, plus nasalaris en kosten betekening.

Uitkomst: De VvE is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van de vereiste procesmachtiging en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1
zaaknummer : 200.356.102/01
zaaknummer / rekestnummer rechtbank Amsterdam: 11217516 \ EA VERZ 24-664
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 mei 2026
inzake
VVE [straat 1] 3 T/M 13 (ONEVEN NUMMERS), [straat 2] 51 EN 53 EN [straat 3] 2,
gevestigd te [plaats] ,
appellante,
advocaat: mr. S.R. Kieffer te Amsterdam,
tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [plaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. M.E. Wesselingh te Utrecht.
Partijen worden hierna de VvE en [geïntimeerde] genoemd.
Tegenwoordig zijn:
mr. G.J. Boeve - voorzitter
mr. D. Kingma - raadsheer
mr. E.J. Bellaart - raadsheer
S. van Loo - griffier
Na het uitroepen van de zaak zijn verschenen:
aan de zijde van appellante:
- de heer [naam 1] , bestuurder van de VvE, bijgestaan door mr. Kieffer voornoemd,
aan de zijde van geïntimeerde:
- [geïntimeerde] , bijgestaan door mr. Wesselingh voornoemd.
Tevens zijn de volgende belanghebbenden verschenen: [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] , en voor belanghebbende De Alliantie [naam 6] .

Het geding in hoger beroep

Bij beschikking van 25 maart 2025, onder bovengemeld zaaknummer gewezen tussen enerzijds [geïntimeerde] als verzoekende partij en verwerende partij in het (voorwaardelijk) tegenverzoek en anderzijds de VvE als verwerende partij in het verzoek en verzoeker in het (voorwaardelijk) tegenverzoek, heeft de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam aan [geïntimeerde] de door hem verzochte vervangende machtiging verleend om aan [bedrijf] voor rekening van de VvE opdracht te mogen geven om de werkzaamheden als geoffreerd in de offerte van 30 januari 2025 te laten uitvoeren, tot een maximumbedrag van € 11.947,50 inclusief btw, en de VvE veroordeeld in de proceskosten van [geïntimeerde] . De beslissing van de kantonrechter op het (voorwaardelijk) tegenverzoek is in hoger beroep niet ter discussie gesteld.
De VvE heeft op 24 juni 2025 een beroepschrift ingediend en is daarmee in hoger beroep gekomen tegen de beschikking. Dit beroepschrift bevat de grieven. [geïntimeerde] heeft op 27 augustus 2025 een verweerschrift ingediend. De VvE heeft op 8 mei 2025 nadere producties ingediend.
De VvE heeft verzocht de beschikking te vernietigen en de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog af te wijzen. Tevens heeft de VvE verzocht [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling aan de VvE van € 11.947,50 en te veroordelen in de proceskosten.
[geïntimeerde] heeft verzocht de beschikking te bekrachtigen en de VvE niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken in hoger beroep, dan wel die af te wijzen, met veroordeling van de VvE in de proceskosten. [geïntimeerde] heeft onder andere aangevoerd dat de VvE niet-ontvankelijk is, omdat de voor het hoger beroep vereiste procesmachtiging ontbreekt.
Het hof heeft na aanvang van de mondelinge behandeling te kennen gegeven eerst de ontvankelijkheid van de VvE in dit hoger beroep te willen beoordelen. [geïntimeerde] heeft toen aan zijn ontvankelijkheidsverweer tevens ten grondslag gelegd dat de VvE het procesdossier aanvankelijk onvolledig had gefourneerd en daags voor de zitting alsnog volledig heeft gefourneerd. Partijen hebben hun standpunten over de ontvankelijkheid van de VvE toegelicht, mr. Wesselingh aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen, die zij tot en met alineanummer 4 daarvan heeft voorgedragen. Tevens hebben partijen vragen van het hof hierover beantwoord. Ook ieder van de verschenen belanghebbenden is ter zitting in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid van de VvE.
Van dit verhandelde op de zitting zijn zittingsaantekeningen gemaakt, die zo nodig in een apart proces-verbaal worden verwerkt.
Na een schorsing en hervatting van de zitting heeft het hof mondeling uitspraak gedaan, die in dit proces-verbaal schriftelijk wordt weergegeven.

De beoordeling

In artikel 53 lid 5 van Pro het Modelreglement bij de Akte van splitsing van 22 december 2009 is onder andere bepaald dat het bestuur van de VvE de machtiging behoeft van de vergadering van eigenaars voor het instellen van rechtsvorderingen of verzoekschriftprocedures. Het uitbrengen van een beroepschrift tegen een uitspraak van een rechter in eerste aanleg, zoals de VvE in deze zaak heeft gedaan, is het instellen van een rechtsvordering of verzoekschriftprocedure. In deze zaak staat evenwel vast dat de vereiste procesmachtiging van het bestuur er niet is. Want voor zover op basis van de door de VvE overgelegde e-mails al zou kunnen worden vastgesteld dat een meerderheid van de stemgerechtigde leden van de VvE haar steun voor het instellen dit hoger beroep kenbaar heeft gemaakt, wat niet zonneklaar is, ontbreekt de vereiste deugdelijke besluitvorming in een vergadering van eigenaars.
In artikel 53 lid 5 voornoemd Pro is tevens bepaald dat het bestuur geen procesmachtiging behoeft om onder andere in een geding verweer te voeren. De VvE heeft aangevoerd dat deze procedure in hoger beroep valt onder deze uitzondering, omdat deze procedure het sequeel is van de procedure in eerste aanleg, waarin de VvE (onder andere) verweer heeft gevoerd. Deze uitleg volgt het hof niet, want die volgt niet uit het vijfde lid van artikel 53 en Pro zou dus een te vergaande uitbreiding van de procesbevoegdheid van het bestuur zijn. De door de VvE genoemde rechtspraak ondersteunt haar uitleg niet, omdat die uitleg daarin niet staat.
De conclusie van het voorgaande is dat de VvE wegens het ontbreken van de vereiste procesmachtiging niet-ontvankelijk is in deze procedure in hoger beroep. Aan een bespreking van de stelling van [geïntimeerde] dat de VvE (ook) niet-ontvankelijk zou zijn omdat zij aanvankelijk onvolledig had gefourneerd en daags voor de zitting alsnog volledig heeft gefourneerd, wordt daarom niet toegekomen. Evenmin wordt daarom toegekomen aan de inhoudelijke behandeling van deze zaak in hoger beroep. De VvE wordt veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep, die het hof als volgt vaststelt:
- Griffierecht
€ 362,00
- Salaris advocaat
€ 2.580,00
(tarief II, 2 punten)
Totaal
€ 2.942,00

De beslissing

Het hof:

verklaart de VvE niet-ontvankelijk in haar hoger beroep;
veroordeelt de VvE in de proceskosten van het hoger beroep, tot nu toe vastgesteld op € 2.942,00;
veroordeelt de VvE tot betaling van € 189,00 voor nasalaris, te vermeerderen met € 98,00 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als betekening van deze uitspraak plaatsvindt;
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat conform artikel 29a lid 3 Rv is ondertekend door de voorzitter.
--------------------------------
voorzitter