In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd in een zaak van mishandeling van de ex-partner. Het hof heeft het standpunt van de advocaat-generaal over het bestanddeel 'levensgezel' besproken en geoordeeld dat onvoldoende bewijs bestaat dat het slachtoffer als levensgezel kan worden aangemerkt. De liefdesrelatie was voorafgaand aan het tenlastegelegde feit beëindigd en de verdachte woonde niet meer bij het gezin.
Het hof heeft de bewijsmiddelen aangevuld en benadrukt dat de getuigenverklaringen bij de raadsheer-commissaris geen nieuw licht op het bewijs hebben geworpen. De straf bestaat uit een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een taakstraf van 60 uur, met een subsidiaire hechtenis van 30 dagen.
De uitspraak bevestigt het vonnis van de politierechter, waarbij het strafverzwarende bestanddeel 'levensgezel' terecht is verworpen. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 juni 2026.