Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1597

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
23-000412-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 231 SrArt. 312 SrArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak vals reisdocument en veroordeling diefstal met geweld met lichte verwondingen winkelpersoneel

Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en in hoger beroep de verdachte vrijgesproken van het gebruik van een vals Spaans verblijfsdocument. De verdachte werd wel veroordeeld voor diefstal met geweld, gepleegd op 18 januari 2023 in Amsterdam, waarbij het winkelpersoneel lichte verwondingen opliep.

De tenlastelegging betrof het wegnemen van meerdere jassen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, gevolgd door geweld tegen winkelpersoneel om de vlucht mogelijk te maken. Het hof achtte bewezen dat de verdachte zich met kracht losrukte uit de greep van het personeel, wat als geweld in de zin van artikel 312 Sr Pro werd aangemerkt. Het verweer dat de verdachte geen opzet had op verwondingen werd verworpen.

De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 80 dagen, met aftrek van voorarrest. Deze straf is gematigd vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep van 16 maanden. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd en het strafblad van de verdachte.

Het hof sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging van het gebruik van het vals reisdocument en van overige niet bewezen verklaarde feiten. De straf is gebaseerd op artikel 312 Sr Pro en houdt rekening met de beperkte intensiteit van het geweld en de lichte verwondingen van het winkelpersoneel.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van gebruik vals reisdocument en veroordeeld tot 80 dagen gevangenisstraf voor diefstal met geweld met lichte verwondingen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000412-23
datum uitspraak: 9 juni 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-019524-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats,

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
26 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 18 januari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, meerdere jassen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of medewerkers van de [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door een tas in de richting van die [slachtoffer 2] te gooien en/of (vervolgens) weg te rennen en/of zich (vervolgens) meermalen los te rukken uit de greep van die [slachtoffer 2] en/of medewerkers van de [slachtoffer 1] ;
2. primairhij op of omstreeks 18 januari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten een Spaans verblijfsdocument/ Permiso de Residencianummer [nummer] , door dit voornoemd geschrift/document te tonen ter legitimatie;
2. subsidiairhij op of omstreeks 18 januari 2023 te Amsterdam, althans in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een Spaans verblijfsdocument/ Permiso de Residencianummer [nummer] / fysiek document verblijfstitel als ware het echt en onvervalst, door dit voornoemd geschrift/document te tonen ter legitimatie.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen ten aanzien van de bewijsvraag komt dan de politierechter.

Vrijspraak feit 2

Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen hem onder feit 2 tenlastegelegd is. Gelet op de ter terechtzitting in hoger beroep ingenomen standpunten, behoeft dit oordeel geen nadere motivering.
Voorwaardelijk verzoek
Door de raadsvrouw is ter terechtzitting in hoger beroep voorwaardelijk verzocht – indien het hof niet tot een vrijspraak van de verdachte voor feit 2 zal beslissen – om de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] als getuigen te horen.
Nu het hof de verdachte van dit feit zal vrijspreken, is aan de aan het verzoek verbonden voorwaarde niet voldaan, zodat daarop niet hoeft te worden beslist.

Bewijsoverweging feit 1

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte – zo begrijpt het hof – partieel moet worden vrijgesproken van feit 1, te weten van de tenlastegelegde geweldscomponent. De intensiteit van de geweldshandelingen waren beperkt en de verdachte heeft geen (vol) opzet gehad op het verwonden van het winkelpersoneel, aldus de raadsvrouw.
Het hof acht bewezen dat de verdachte de aan hem tenlastegelegde diefstal met geweld heeft begaan en overweegt hiertoe als volgt.
Uit de verklaringen van de aangever [slachtoffer 2] volgt dat de verdachte met kracht heeft geprobeerd los te komen uit de handen van het winkelpersoneel. Het hof oordeelt dat sprake is van losrukken, hetgeen kan worden aangemerkt als geweld als bedoeld in artikel 312 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De gestelde omstandigheid dat de verdachte de aangever en het andere personeelslid niet (opzettelijk) heeft willen verwonden, doet daar niets aan af.
Het tot vrijspraak strekkende verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 18 januari 2023 te Amsterdam meerdere jassen, die aan [slachtoffer 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 2] en een medewerker van de [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door een tas in de richting van die [slachtoffer 2] te gooien en vervolgens weg te rennen en zich vervolgens meermalen los te rukken uit de greep van die [slachtoffer 2] en de medewerker van de [slachtoffer 1] .
Hetgeen onder 1 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarbij heeft de advocaat-generaal rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.
De raadsvrouw heeft het hof verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de beperkte intensiteit van het geweld en de overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal door meerdere jassen weg te nemen. De verdachte heeft de winkel vervolgens geprobeerd te ontvluchten en heeft daarbij geweld gebruikt tegen het winkelpersoneel. Het winkelpersoneel liep door het incident lichte verwondingen op. Winkeldiefstal is op zichzelf al een hinderlijk en vervelend feit dat veel overlast en schade veroorzaakt voor de gedupeerde winkeliers, maar als daarbij geweld wordt gebruikt is sprake van een ernstiger vergrijp. Het hof rekent dit de verdachte aan.
Uit zijn strafblad volgt dat de verdachte eerder onherroepelijk voor soortgelijke feiten is veroordeeld, waarvan één veroordeling onherroepelijk was voordat de verdachte het onderhavige feit pleegde. Het hof weegt dit in zijn nadeel mee.
Het hof acht, alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen met aftrek van voorarrest in beginsel passend en geboden.
Het hof constateert echter dat de redelijke termijn in hoger beroep met 16 maanden is overschreden. Namens de verdachte is op 8 februari 2023 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof pas op 9 juni 2026 arrest wijst. Het hof zal de gevangenisstraf daarom matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van 80 dagen, met aftrek van voorarrest.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 312 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
80 (tachtig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. T. de Bont en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
9 juni 2026.
Mrs. De Bont en Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]